Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij had haar toegewuifd, maar dorst toen niet langer blijven staan. Bedaard liep hij voort, na een hoffelijk groeten dat Sonnema niet wou zien, met een glimlach op z'n lippen en Rinske's laatste woorden in z'n oor.

Sonnema hield zijn brief in de hand. „Zou je die uitnoodiging willen aannemen?" vroeg hij onverschilüg-

„Wanneer u me missen kan — dan graag."

„Zeker — Gepke zal me die dag of wat wel helpen."

Rinske ging vooruit en hij volgde droomerig. „'t Was niet kwaad dat ze eens een beetje afleiding kreeg. Wie weet . .

Onder de koffie spraken ze weinig; in 't algemeen hadden zij den laatsten tijd geen discours. Er lagen zoo dikwijls voetangels en klemmen. Toch vroeg ze nog even:

„Had Smitz hier een zieke?"

„Zoo, heb je hem gezien? Ja, de oude Felsma is ongesteld." Daarop draaide hij zich wat van haar af. 't Was duidelijk dat hij geen lust had nog een woord over den jongen dokter te verspillen.

Ondertusschen wandelde Smitz met een glunder gezicht verder, in weerwil van de stugheid van den „ouden baas", die hem niet eens „g'n dag" had gezegd, toen-ie weg ging. Hij was tegenwoordig erg opgeruimd. De scrupules had hij aan kant gezet en z'n ouwelui gelijk gegeven, door 't een beetje achter-

Sluiten