is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neen, die's mooi, die's goed! — Kom Sjoerd, jongen, heb je iets? Wees nou ook eris gezellig."

„Hoor eens, wijfie, je slaat weer door. Je weet wel dat — dat ik me een beetje opoffer als ik zoo'n avond naar den Tuin ga. Ik houd niet bizonder van muziek en dan —"

„Nou ja, en wat daar verder volgt," viel ze in, oogknippend. „Nos kennimus 11 os. Maar daarom juist, nietwaar Rinske, vinden we het erg lief van je dat je mee gegaan bent. De stakkerd zit hier voor z'n verdriet!"

Emma deed zoo mal, dat Rinske het uitschaterde en Sjoerd grinniken moest tegen wil en dank.

Onder dit lachen hadden ze niet gemerkt hoe iemand zich tusschen twee gerugde stoelen doorgewrongen had, met een beleefd dankje voor de wippers, en nu vlak bij hen stond.

„Hé, Rinske — jij hier?" Dokter Smitz gaf haar de hand, en boog tegen de twee anderen.

Ze was erg geschrokken. Het bloed vloog haar naar 't hoofd en de gedachte bliksemde door haar brein: hij is hier om mij, om mij alleen. Maar ze was geen bloó salon-deerntje en daarom zei ze kalm voor 't oog, al golfde een wereld van gevoelens en idealen in haar op en neer: „Zoo, Smitz, — ben je eens komen over waaien? Emma — Sjoerd, mag ik je dokter Smitz voorstellen; dokter Smitz van Ralingawier — m'n broer — m'n schoonzuster."

Sjoerd gaf den dokter een beleefdheidshand, Emma