is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer aan Rinske. Had hij al die misère niet voor haar over? Zeker had hij dat. Toen z'n tweede glas bier leeg was, vond hij 't niet zoo heel erg meer; wel poëtisch, wel romantisch — wel gewichtig. Er had altijd bij hem zoo wat neiging voor 't excentrieke in gezeten.

En toch — wat zou-ie nou eigenlijk naar huis schrijven? Dat de ouwe Sonnema hem om z'n ongeloof niet bij zich wou zien? Dan hadt je de poppen weer aan 't dansen. Niks schrijven — alleen zoo'n beetje laten doorschemeren, en dan als hij tijd had, zelf gaan vertellen hoe de vork in den steel zat. Zoo lang moesten Rinske en hij in 's hemels naam geduld hebben. Maar wanneer kreeg hij tijd? De typhus was in aantocht en de mazelen waren nog niet weg, en in Augustus gingen de ouwe lui op reis. Daarna kwam er misschien ook weer wat tusschen! Toch schrijven? Neen, — 't was mal, maar hij kon dat niet schrijven — onmogelijk! Wachten tot hij de handen vrij had, en dan een retourtje nemen — er zat niet veel anders op.

Na dit besluit werd dokter Smitz kalmer. Hij schreef een heel langen brief aan Rinske, waarin hij haar z'n plan vertelde; een brief vol gal en alsem op de vier eerste zijden en vol liefdetaal aan het einde.

't Was met dat alles twaalf uur geworden en stil, doodstil op de dorpsstraat. Hij kreeg een gevoel of hij alleen op de wereld was overgebleven en stak z'n hoofd uit 't raam, om iets anders te vinden dan zich zeiven.