is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar toonde zich evenmin geneigd hem — Fred —

aan huis te ontvangen, omdat hij er tegen was.

„Je hadt ons er wel eens eerder in mogen kennen " meesmuilde papa.

„Ik zag er, eerlijk gezegd, tegen aan," antwoordde hij, een beetje kleurend. „Had ik tijd gehad . . .»

• "i1^ ïe heni "iet gevraagd wat hij eigenlijk tegen je heeft?" sprak mevrouw, haar voorhoofd rimpelend.

gen " Maar ^ k°n 1 Uiet den stiJfkoP kriJ-

„Ik begrijp 't best," zei de oude Smitz gewichtig. „Natuurlijk je beginselen."

„Neen, pa _ dat was 't niet. Hij zei dood-leuk: u is me niet ongeloovig genoeg."

„Vroeg je geen rekenschap van die woorden?" barstte z'n vader los.

„Dat was me heeleenvoudig onmogelijk, want toen hij t gezegd had, deed hij de deur open en z'n oogen verzochten vrij duidelijk: wil u heengaan, asjeblieft."

„ el allemachtig, nou nog mooier! Zoo'n fijne kwezel! wat denkt die kerel wel?" riep vader Smitz enkele

tonen te hoog, dankbaarder dan ooit een Protestantenbonder te zijn.

„Als-ie zoo fijn was, zou-ie niet hebben gezegd- u is me niet ongeloovig genoeg," beweerde mevrouw met een zweem van verwijt in haar stem, want haar vrouwelijk instinkt scheen te raden waar de schoen wrong, al vond 't moederlijk gevoel het wreed haar jongen te doen vermoeden dat 't geen zij begreep,