is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En al had hij zich bij uitzondering aan haar kunnen ontworstelen, een andere macht zou geen amende honorable hebben gedoogd — zelfs in den zachtsten vorm niet: de confusie van den hooghartige of de hoogmoed der confusie, die bang is een gek figuur te maken.

Sonnema nam z'n preek weer, en toen hij om elf uur naar bed ging, kende hij haar.

Dinsdag daaraanvolgende begaf Rinske zich op reis. Halverweg kwam Smitz haar te gemoet, en samen wandelden ze naar 't station.

Eerst gaf ze hem, met tranen in de oogen, den brief. „Dat had ik wel gedacht," zei hij, „net iets voor je vader."

Haar gezicht betrok. „Vader is driftig — erg driftig."

„En onbeleefd — heel onbeleefd — 't is schande!" Ze zwegen een oogenblik. Toen vroeg ze: „Kom je nog eens over?"

Haar liefde-blik tooverde z'n boosheid weg. „Wanneer ik tijd heb — zeker. Wat zal dat gezellig zijn, hè Rinske, zoo altijd bij elkaar te wezen. Ik verzeker je ze zullen je thuis als een prinses behandelen. Ze hebben erg medelijden met ons."

„Dat is onnoodig," zei ze hoog. „Medelijden? Hebben we elkander niet, en is 't niet zalig samen slachtoffers te zijn van 'n beginsel?"

Smitz knikte, maar in eens voelde hij zich bekropen door een vervelend idee. Hoe zou zij ze thuis

SONNEMA. O