is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stig, half lachend, even neervallend op een tuinstoel.

„Vraagje me dat nog eens?" zei ze met ongeveinsde ergernis, haar boek neerleggend.

Hij sloeg den arm om haar heen. „Wat ben je toch een wonderlijk „famke!" Vind-je je zelve niet een beetje aanstellerig, hè. De oudelui en de meisjes en Jan en ik, we gaan allemaal naar die intree en jij — jij alleen blijft thuis! Je zult er toch niet van bederven?"

Ze kreeg een kleur van verontwaardiging. „Ja zeker, zou ik daar van bederven en de Kerk zou er ook van bederven, en jelui allen bederft er van, want wie liegt bederft zich-zelven, en wie zich met z'n leugen anderen opdringt, brengt ze in gezelschap van de leugen en maakt die anderen ook tot leugenaars voor de wereld, die niet onderscheiden kan."

„Wat sla je nu weer door, kind!" zei hij met een poging tot lief-zijn in z'n stem. Hij lei z'n ellebogen op z'n knieën en zwiepte den lossen handschoen heen en weer. „Hoor eens, je weet dat ik anders ook niet naar de kerk ga, maar dit is een heel bijzonder geval. M'n hemel, naar zoo'n intree gaat iedereen; de dominee ontvouwt bij die gelegenheid z'n program, en dat wil je wel eens hooren, evenals de toespraken. Je moet bedenken, een dominee is in onze dagen zoowat een officieele conversatie-man, en je kunt uit zoo'n intree-preek al dadelijk merken wat je ongeveer aan hem hebben zult. Meen je dat ds. Hover, als hij straks op den preek-stoel is, naief genoeg wezen zal om 't er