is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat een vraag!" zei ze angstig. „Ja — ja . . . !"

„Heb-je hem zóó lief, dat je je vader er voor opofferen wilt? Of — heb-je vader niet meer lief?"

Ze scheen overwonnen. Hij had de ziele-wond geraakt, 't woelend geheim de windsels ontnomen.

„Zou vader werkelijk zóó er onder lijden?"

„Dat heb je kunnen zien, Rinske, jij die altijd bij hem bent, want ik heb het dadelijk gezien."

Toen antwoordde ze rechtop, met iets trotsch in zich en tevens iets blijs, te ernstig gemeend om als een valsch licht te schijnen over haar zelfopofferend besluit:

„Ik geloof je, Sjoerd — maar laat me nog een paar dagen tijd. O, God, ik kan .... begrijp-je niet hoe vreeselijk het voor me is? Maar wanneer vader lijdt . ... ik heb hem lief!" Ze zonk tegen de kussens aan en snikte. Sjoerd was tot in z'n ziel bewogen. Hij had Rinske zoo weinig zien schreien — nooit haast, heel jong als kind en toen moeder dood was, en toen nog maar even.

„Als je dien ander liefhebt — inniger liefhebt — dan natuurlijk . . .

Ze zweeg.

„Ik wist 't wel," fluisterde hij, „ik heb 't altijd wel gedacht. Je zoudt vroeg of laat ook merken . . .

„Wat?" vroeg ze met driftige hoofdwending.

Sjoerd voelde dat hij te ver was gegaan.

„Nu," zei hij weifelend, „dat — dat Smitz toch eigenlijk niet beantwoordt aan je verwachtingen en ... .