is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wirden, waar meneer Smitz en z'n vrouw voor 't eerst dominee Sonnema en Sjoerd ontmoetten. Zoolang de gewone formaliteiten duurden, was alleen mevrouw Smitz wat aangedaan, de anderen keken bewegingloos voor zich uit. 't Scheen of er een tocht ten doode werd voorbereid.

Toen 't afgeloopen was, gingen beide „partijen" huns weegs: Sonnema en z'n zoon naar de pastorie — het jonge paar, in gezelschap van de oude lui Smitz, naar de kleine maar comfortable woning, die de jonge Smitz — het toeval was hem gunstig geweest — had kunnen huren. Van een huwelijksreis was geen sprake

geen van beiden had er lust toe gehad.

Zoo kon Rinske dan dadelijk als gastvrouw tegenover haar schoonouders de honneurs waarnemen; op dien dag een weinig aantrekkelijk gezelschap.

Mevrouw klaagde maar al „dat het zoo had moeten loopen," „dat ze het verschrikkelijk vond," „dat ze nooit zoo iets had kunnen denken," terwijl meneer verkapte hatelijkheden debiteerde op de „fijnen," waarnaar Fred en Rinske weinig luisterden, vervuld van dat ééne Onherroepelijke dat dien morgen had plaats gehad.

Om zc\ en uur vertrokken de oude lui en toen waren ze alleen, alleen in hun wel eenvoudig maar toch netjes gemeubeld huis.

Hij sloot haar in z'n armen: „Rinske, Rinske!" en haar op z'n knieën trekkend, kuste hij het mooie gezichtje nog eens, en nog eens.

SONNEMA. 1 a