is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze moest lijden, ze moest ongelukkig zijn — dat kon niet anders, en 't denkbeeld vervulde hem met bittere smart. Weten deed hij niets. De menschen spraken nooit met hem over z'n dochter en tot vragen was hij te trotsch. Alleen wist hij dat ze een kind gekregen had — dat had hij in de krant gelezen — in de krant! En dan was hem door z'n collega Van Stal op een vergadering verteld, dat deze het kind had gedoopt, maar zij er niet bij was geweest om haar zwakke gezondheid. Thuis gekomen, had hij eerst in toorn uitgevaren tegen den karakterloozen kerel, die 't sacrament van den Doop verlaagde tot een ijdel vertoon — want dat Iiinske er niets van wist, leed geen twijfel; en toen — toen was hij op z'n knieën neergevallen om snikkend te bidden voor 't behoud van z'n lieveling, z'n lieveling, ja — ondanks alles, ondanks die bittere woorden — ondanks z'n voornemen haar nimmer weer te zien.

Z'n gebed werd verhoord. Na wat weifelen had hij Gepke langs een omweg doen uitvorschen hoe of 't met haar was, en de boodschap die hij kreeg, stelde hem tamelijk gerust.

Een maand of wat later las hij in de krant dat z'n kleinkind gestorven was. Dat was 't laatste bericht geweest — nu juist acht maanden geleden.

Het vroor, een echt-koude Januari-avond. Door de reet der gesloten gordijnen zag hij de volle maan witgeel glanzen in onbeweeglijke, kille schoonheid — licht zonder warmte.