is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rinske begreep dat 't gemeene vrouwen waren, en haar hart kromp samen. Ze bibberde van de kou, haar handen waren half bevroren. Mannen keken haar aan en sommigen lachten om dat mensch met dien koffer, of hielden rare praatjes tegen haar, onder 't voorbijgaan. Uit enkele huizen klonk piano-muziek en af en toe de schelle stem van een zangeres.

Een radelooze angst maakte zich van haar meester. Waar moest ze naar toe?

Daar kwam iemand aan, een oud heer. Hij zasr er fatsoenlijk uit.

„Meneer," vroeg ze rillend, „weet u in de buurt ook een eenvoudig, net logement? Ik ben vreemd in Amsterdam."

„Erg onvoorzichtig van u, juffrouw, zoo laat hier rond te dwalen. U zoekt misschien een betrekking? •Ja, ik weet wel een geschikte gelegenheid, 't Moet zeker niet te duur wezen, wel?" liet hij volgen, naar haar valies kijkend. „Geef mij dat ding maar, 't zal u zwaar genoeg zijn."

Al( ha(1 Rinske hem gewantrouwd, dan zou ze toch van 't aanbod hebben gebruikt gemaakt, want ze kon niet meer. Zwijgend reikte ze 't valies over, en toen voelde ze eerst dat ze op 't punt was neer te vallen.

Zonder iets te zeggen sleepte zij zich naast hem voort. Na een paar minuten hield hij stil. Ze stonden voor een smal, hoog huis, met een opschrift boven de deur: logement „de Kroon."

Tusschen de neergelaten stores der beneden-kamer

12*