is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jan stond lodderig op, rekte zich, keek toen met domme slaap-oogen naar Rinske, haalde z'n broek omhoog en ging op z'n dooie gemak naar een deur aan t andere eind van de kamer.

"Als de bI " rieP de ander, „een beetie vlug—

vooruit!"

De juffrouw, een dikke schommel, verscheen, en begon te doen wat in dergelijke gevallen voor de hand igt. Ze maakte Rinske's japon los, wreef polsen en slapen, maar 't was alles te vergeefs.

„Ze zal hier van nacht moete blijve," zei Van Asperen, de kastelein.

„Dat lag, geloof ik, ook in haar plan," merkte een er gasten droogjes op, een man met een kaal hoofd, en een kale, zwarte jas.

„Ja, maar," sprak Van Asperen weer, „alles goed en wel, maar . . .

„Maar — maar," viel de tweede in, iemand met een grooten flambard op z'n lange, zwarte haren, waaronder een bleek, aristocratisch gezicht streng uitkeek, „maar — maar: ik ben borg voor 't geld — geen gezanik langer. Wou je die vrouw soms naar 't politiebureau laten brengen?"

„ AVie zal dat betalen, lieve, lekkere Gerritje," neuriede der Dritte im Bunde, die was gaan zitten, een gebocheld kereltje, wiens varkens-oogen flikkerden achter een grooten, stalen bril.

"Ik," antwoordde de flambard in een diepen bastoon, „ik. Had-je nog wat te zeggen, Beuker?"