is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dacht hij, of liever, hij dacht 't op commando van z n wil, 't was omdat hij in zoo lang niet bij Sjoerd en Emma aan huis was geweest, en van die uitnoodiging wou gebruik maken, om hun te geven wat ze toekwam; maar 't was eigenlijk om Rinske, die dien avond in Leeuwarden spreken zou, en naar wie hij verlangde met een waanzinnig verlangen, dat niet vroeg of t iets baten kon dat h ij in de Groote Kerk preeken en zij in een socialistische vergadering optreden zou, beiden op één avond in één stad, maar dat enkel juichte in de nevelige mogelijkheid van weerzien, even weerzien — hoe en waar wist hij niet, maar toch even — heel even.

Toen hij met Sjoerd en Emma naar de kerk wandelde, kon hij merken dat er op straat, ondanks de sneeuwjacht, waarin de kalme sneeuwval was overgegaan, meer menschen liepen dan gewoonlijk. Ze wisten hoe 't kwam — alle drie, voortstappend hoog in de schouders, met de oogen half dicht tegen de aanstuivende vlokken — maar ze spraken er niet over — zelfs Emma niet.

Sonnema liep als in een droom. Hij vergat 't Godswoord, dat hij straks der schare brengen zou. Aan Rinske dacht hij, aan haar alleen. Hij zag al die menschen geboeid, door haar woord, haar blik, en een gevoel van fierheid, van dwaas, onberedeneerd zaligzijn maakte zich van hem meester. Hij joeg 't weg — 't kwam weer, telkens weer, met reuzekracht. Hij daar, en zij ginds! Wat 'n verschil, maar toch — hij