Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een dandy is een weekeling, die slechts aller oogen op zich gevestigd wenscht en het vermogen mist om indruk te maken op het hart; hy weet dat hem de kracht ontbreekt om een goed vader te zijn.

Het jonge meisje, dat hare taille samensnoert, heeft het bewustzijn harer onbeduidendheid en onvruchtbaarheid; slechts zij is een schoone vrouw, die, wanneer zij zich tooit', hare vormen kan laten zien en ze niet tegennatuurlijk zoekt te verbergen.

Men drage wijde en eenvoudige kleederen, en niet te veel tegelijk; het noodige beschermt tegen nadeelige invloeden van buiten; het overbodige belemmert de vlugheid der bewegingen; het te nauwe ontzenuwt onze kracht.

15o. Kleedt uwe kinderen genoegzaam in hunne jonge jaren, maar snoert ze niet in; de luiers moeten ze omkieeden maar niet omwringen. Laat hen, wanneer het heet is. zich, zoo los mogelijk gekleed, in de lucht bewegen. Wanneer gü ze . op uwe armen draagt, moet gij ze in de oksels steunen en zorgen dat het hoofd niet achterover bengelt. In alles is de grootste ongedwongenheid het weldadigst voor het welig opgroeien en de goede ontwikkeling der kinderen.

16o. Aanbevelenswaard is het de temperatuur in eene kamer zoo gelijkmatig mogelijk te houden (18°-19" Celsius of (>5u Fahrenheit.) Plaatst daartoe op den kachel of vóór het haardvuur, waarin men cokes of steenkolen brandt, eene kom met water, om de vochtigheid der lucht, die door de brandende massa wordt opgeslorpt, te onderhouden en de zwaveldampen, die door de verbranding der steenkolen ontwikkeld worden, neêr te slaan.

17". Steekt van tijd tot tijd een pas aangestoken zwavelstok binnen het nachttafeltje of het stilletje; op deze wijze verdrijft men den hinderlijken reuk, die 'zich in het hout dezer geheime meubelen van lieverlede in het gebruik ontwikkelt.

18°. Bij het heerschen van epidemische ziekten dient men bijzonder op herhaalde luchtzuivering bedacht te zijn, vooral in steden waar de afvoer van vuil, met name de rioleering, te wenschen laat. Straatriolen verspreiden op alle plaatsen van hun verloop vluchtige drekstoffen en verrottings-ele

geschonken, noodlottige en afkeuringswaardige nasleep onzer levenswijze. (Zie verder 315.) '

Sluiten