Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorbehoedende behandeling. Zoodra er besmetting kan plaats gehad hebben, zitbaden (110.4°) of inspuiting (186) met viervoudig water (3166.8°) en hierop laat men eene wassching volgen met water waarin eenige droppels kamferspiritus (143) of Eau de Cologne. Dan bestrooit men in- of uitwendig (naar de geslachten) de teeldeelen met kamferpoeder (128), zonder zich te storen aan het gevoel van branding, dat na een paar minuten bedaart. Vervolgens drinkt men een glas suikerwater met wat kamferpoeder (126), waarbij men eenige druppels ether voegt. Met dergelijke maatregelen voortgaande, behoeft men bijna niet te vreezen voor verdere besmetting.

Geneeswijze. Is men besmet geworden, dan volge men de. volgende methode, maar onthoude zich vooral van kwik (55) zoowel in- als uitwendig.

Driemaal daags 5 centigram kamfer (122) met een glas van een drank van sarsaparille (één handvol die men als thee laat trekken); alvorens men er kokend water opgiet, voege men er by 10 centigram jodium potassium (187.4°). — Als deze hoeveelheid kan verdragen worden, doet men ze van lieverlede klimmen tot 25 a 30 centigram. Verder in alle dranken zeer licht teer water (225); veelvuldig gorgelen met verzinkt zoutwater. (316b.4°i. Men omwikkele 's nachts de geslachtsdeelen door middel van eene beurs van varkensblaas (245 of 237) met kamferzalf (158) en overdag met kamferpoeder (126). Men legt op de chankers of andere zweren, driemaal daags, tien minuten, lang compressen van kamfer-

Dat de verspreiding van liet chankergift aan een levende oorzaak is toe te schrijven, valt niet te betwijfelen: of dit nu door schimmel vocht of dooY een microscopisch insect geschiedt, hoe het zij, het is een taai leven, ,dat gedood moet worden. Het schijnt dat de geneeskundigen van de vroegste tijden de kuren, die zij den lijder lieten ondergaan, daarop gebaseerd hebben. Dat, zoo niet het leven, dan toch voor immer de gezondheid door het ondergaan der verschillende kuren met kwik enz. ernstig bedreigd wordt, schijnt zeker te zijn. Men zal dus met den beweiker van dit Handboek moeten bekennen, dat het gebruik van kwikmiddelen in zoover is te verschoonen waar in den mensch een planten- of insektenleven, dat niet ophoudt zich te verspreiden of te vermenigvuldigen, moet vernietigd worden.

Kaspail schrijft alle latere verschijnselen toe aan het gebruik van kwik. Men late zich daardoor niet misleiden, de genoemde ziekteverschijnselen kunnen zich ook voordoen bij hen, die met geen kwik behandeld zijn. Waar in dit boek, als gevolg van kwikgebrnik, ziekten behandeld worden, is diezelfde behandeling meestal tegen verouderde svphilis van nut. D. A.

Sluiten