is toegevoegd aan uw favorieten.

De Kruissprook

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zeide u wel, dat hij niet sterk was, Nathan,

Maar toch geloof ik dat hij taai is, en ons niet

Bedriegen zal, als laatst die and're dief Die pas 'n half uur had gehangen, toen z'n hoofd Op-zij knikte ... en 't was uit! Hij sprak geen enkel woord Dat ons beloonde voor de moeite. Waart ge er bij ?

(Houd kleine Mirjam wat omhoog, Jochébed!) Zeg, waart ge er bij, o Nathan ben Daöud,

Toen ons die dief bestal voor zooveel moeite om-niet f

— Ik had dien dag een splinter in mijn voet,

En dus geen lust in uitgaan of vermaak,

Maar 'k heb gehoord . . .

Ik was er bij, vriend Nathan!

Ik droeg m'n opperkleed van groene zijde,

En had m'n tulband op van kashmirstof,

Omdat die koel is . . . zie, hij struikelt weer,

Maar staat weer op. Wat zeide ik ook het laatst ?

— De dief die u bedroog . . .

— Ik weet al. Nu dien dag Was 't warm als heden . . . neen, zóó warm was 't niet 1 Want . . . vindt ge 't niet ontzettend heet van daag ? De zon brandt me op den schedel, 't Rouwt me wèl Dat ik m'n tulband niet verruild heb voor m'n kashmir, Die licht van kleur en koeler is . . . (lat doet de haast: Ik gunde mij geen tijd — daar valt-i weer —

Ik heb er spijt van : Golgotha is vèr 1 Zoo'n donk're zuigt de warmte broeiend in,

En dédrom heb ik spijt dat Golgotha zoo ver is . . . Wat zeide ik ook het laatst ?

— Die slechte dief . . .

— Ik bèn er ! Uren liep ik mee, en hijgde als nu . . . (Vervloekte hitte . . . dring zoo niet, Jöchaz!)

Ik was vermoeid vóór halfweg ... en de dief (Let wel hoe schand'lijk ons die man bedroog)

Liep met z'n kruis, als waar 't 'n palmtak, voort! Hij zweette niet, en is niet ééns gestruikeld . . .

Maar toen-i hing, was 't daad'lijk met hem uit!

En deze — zie, hij struikelt weer — en deze

Is niet zoo zwaar van bouw, zoo fors van leest . . ,