is toegevoegd aan uw favorieten.

De Kruissprook

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij schijnt wel teer van spieren . . . doch zijn blik Toont dat-i veel geleden heeft en droeg,

Maar dat-i langen tijd nog lijden kan !

'k Ben zeker dat hij spreken zal aan 't kruis,

En dit is juist het aardigst van de zaak!

De kind'ren gaan, om dat te hooren, mee . . .

Die and're dief was dood, vóór nog m'n vrouw, Die trager liep — omdat ze zwanger was, dien tijd, Van Mirjam (houdt het schaapje omhoog, Jochébed!) Die dief was dood, vóór zij daar aankwam, Nathanl Hn ieder zeide dat het schande was!

([Geef Mirjam mij, Jochébed! Hier, m'n kind, Hu . . . huup ... op vaders schouder! Kun je zien ? Sla 't kleine handje zóó . . . om vaders hals,

En houdje vast!) Wat zeide ik ook het laatst?

*

— Die and're dief . . .

— Ik weet al 1 Heel de buurt Was op de been gekomen, om dien man te zien.

Daar waren met ons, Ruben, Ephraïm,

Baëna met de kind'ren, Hiddal ben Elia,

De dochters van Urias, Schmoel de wisselaar . . . (Ik zie hem juist, hij werpt den man met drek)

Hij is 't, die laatst verjaagd werd uit den tempel,

Omdat hij schacherde in Jehovah's huis . . .

— Wie jaagde 'm weg ?

— Ze zeggen zekere Ischa . . . Jeshoeah, zoon van Joszof, uit 'n groot Geslacht, die met 'n zweep hem voortjoeg als 'n hond, En 't goud- en zilverkraampje omver smeet, dat de munt

Links, rechts wegspringend, neertikte op den grond En rollend wegstoof onder 't volk . . .

— Wie gaf hem recht

Tot zulk een groot gezag ?

— Dit weet ik, Nathan, niet, Maar 't is niet goed te schacheren in Jehovah's huis!

Mijn Ephraïm... maar, Nathan ben Daöud, Ik zeg 't U'in vertrouwen, ert ik hoop . . .

(Daar werpt weer Schmoel den kruisman met z'n drek)

t