is toegevoegd aan uw favorieten.

De Kruissprook

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat zeide ik ook het laatst ?

— Ge spraakt van Ephraïm, En van de wiss'laars in den tempel . . .

— Juist 1

Ik zeg 't u in vertrouwen, en ik hoop Dat ge mij niet verraden zult! M'n zoon Die 't aanzag, wijl hij juist 'n handel sloot,

Heeft, ijlings bukkend, als om hulp te biên In 't zoeken — maar verklap me niet ben Daöud — Hij heeft met scherp gezicht en vlugge hand . . . In 't kort, z'n handel was gezegend op dien dag : Hij kwam met dertig zilverlingen t'huis!

Geloof, me N a t h a n, die ben J o s z o f had gelijk . . . 't Is ongeoorloofd dus Jehovah's tempel Te ontwijden met 'n goud- en zilverkraam:

Jeshoeah ben Joszof had groot gelijk! 't Is daarom ook dat Ephraïm, m'n zoon,

Hem altijd zoekt en naloopt ... of hij weer Ter zuiv'ring uitgaat van Gods tempel, met n zweep,

Maar sinds een week heeft hij hem niet gezien . . . (Daar werpt die Schmoel den kruisman weer met drek)

— Die andre dief . .

— Ja, juist! Wij allen gingen mee, de heele buurt . . . En toen-i hing, was 't daadlijk uit, ben Daöud! (Och kleine, druk zoo zwaar niet aan m'n hals! •t Is warm — hij struikelt weer — hij schijnt vermoeid Ik zeg u, dit beteekent niets, vriend Nathan!

Ge weet, hoe 't hout dat makklijk buigt, niet breekt, En hoe het harde knakt bij 't minste buigen :

Zóó ook die man ... ik zeg u, hij is taai!

Eilieve, zie . . . die vrouw I Zou dat z'n vrouw zijn ? De vrouw die schreiend volgt, en neergebukt,

Als-of zijzeive 't kruis droeg op haar schouder! Ze steekt de magre hand gedurig uit,

Als wilde zij den kruisman schragen. Is 't z'n vrouw?

— Dit weet ik waarlijk niet ... ze schijnt mij te oud. En bovendien ... ik zie geen kindren! Neen,

Dat is gewis z'n moeder . . . zie, ze waggelt!

Ik heb zoo vaak zoo'n kruisweg meegemaakt, (De kind'ren zijn er dol op, de arme schapen !)