Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheiding van materialistische en idealistische geschiedschrijving tracht hij uit te wisschen: dat idealistische geschiedschrijvers ook wel eens stoffelijke invloeden als oorzaak en geestelijke als gevolg aanwezen, — het betoog ervan is bij hem schering en inslag. Wij gelooven het gaarne, maar daarmee is de tegenstelling niet opgeheven. Dat de dichterlijke schepping nog iets anders is dan de idealistische beschrijving — in het voorbijgaan wordt het door hem geloochend, waar hij dien idealistischen beschrijver toeschrijft wat alleen des Dichters is.

Glibberig — dit proza. Nauwelijks den dichter als afzonderlijk wezen buiten vraag gesteld, of: »ik haast mij den voet terug te trekken van dit terrein" roept Kernkamp uit. »Hoe plechtig een inaugureele oratie ook zijn moge, mijn geloofsbelijdenis wensch ik er niet in af te leggen.'

Och, of hij het gedaan had en niet enkel getracht had den schijn te vestigen alsof er ook bij anderen geen geloofsbelijdenis waarvan het de moeite waard was kennis te nemen, bestond!

Sluiten