is toegevoegd aan uw favorieten.

Luide toernooien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oorspronkelijke zijn die tot Afscheid van Zweden waar het boek mee besluit:

Mijn boot ligt schommlende op de ree,

Maar eer de zee Van u mij scheide,

o Land!

Waarin des winters hand Zijn glinsterende tente spant,

En toch de geest van 't Oost mij beidde; Die, schoon hij in uw barre lucht Noch palmwijn heeft noch dadelvrucht, Aartsvaderlijk mijn schreên behoedde En in der vriendschap zoet genucht 't Gemis van 't lief tehuis vergoedde.

O Svealand! o gastvrij oord!

Uw lof galme in mijn afscheid voort,

Eer dat uw gordel bruine rotsen

In 't deizend blauw mijn blik ontschiet En wufte golven om mij klotsen, —

Versmaad des vreemdlings offer niet!

Vaartwel! vaartwel! mijn ziel vergeet In lief noch leed U, verre Vrinden!

Mij heugt, —

Een blijde droom der jeugd! — > Uw heusche zin, uw gulle vreugd,

Elk uur dat ons bijeen mocht vinden,

°P grijs gebergte, in lomm'rig dal,

Aan feestlijk maal, bij hoorngeschal,

Natuur en weelde t'zaam genoten!