is toegevoegd aan uw favorieten.

Luide toernooien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

U Koningin des Duins te groeten,

'k Haar toch niet kuste schoon ik rees — U boeide een wereld aan uw voeten!

Ai! mocht de kunst haar voorhang scheuren,

Natuur doen zien in hoogtijdsdos:

Een zee van stralen en van kleuren,

De beemd, — het dal, — de vloed, — het bosch, Een blinkend zeil, een vliegend ros!

En naast het frissche groen der dreven,

En bij het spieglend blauw des strooms, De bloemenkrans des oeverzooms,

De sikkels juichende opgeheven;

En tusschen 't graan, ter wederzij Van 't wit kasteel, de woudpartij,

En in 't verschiet de torenspitsen,

Die, uit de grauwe wolkenrij Van d' oostertrans ons tegenflitsen.

Uw blik zich in dien rijkdom baadde ;

Wel wreed wie zulk genieten stoort!

Mijn phantasie sloeg de uwe gade,

Neen, streek met haar door 't heerlijk oord Op d' adem van het windje voort;

Want nergens lustte 't u te wijlen;

Gij scheent van 't hooggetorend dak,

Dat door het zwaar geboomte stak,

Naar 't bruine mos van 't stulpje te ijlen, En wenddet van zijn duivenpaar Uw blikken naar den ooievaar,

En hieldt die straks weer neergeslagen,

Of niets ter wereld fraaier waar'

Dan 't vierspan voor den lichten wagen.