Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een hartstocht, als nog nooit hem heeft geblaakt, Een eerbied, of ter kerk hij lag gebogen;

Wat drift, wat schroom is in zijn harte ontwaakt?

Hij moog' tot haar met open armen treden,

Niet eens de zoom haars kleeds wordt aangeraakt;

Al luistert zij, hij heeft geen kus gebeden,

Nauw antwoordt ze en voert toch den hemel in....

Gij, eerste Mei! die de aarde maakt ten eden,

Gij, 't Paradijs bezielende eerste Min!

Hoe zal weldra de zang van Dante u loven, Tot Beatrice er aller hart door winn'!

Na dit tooneel van Kinderlijke Liefde wekken de vendels en tapijten van het feestvierend Florence in hem een ander gezicht op: een Hof van Minne is het zooals er in die tijden onder zang en spel door de stad togen, maanden lang feesten aanrichtend en een opgewekt leven om zich heen voerend van vreugde en vermakelijkheid.

Wat vendelpracht die wappert in den hoogen !

Waar 't oog zich richt hangt weidsch gebloemd tapijt

De muren langs en ruischen eerebogen;

Zag andermaal Santa Felicita

Zijn Hof der Minne, in feestdos uitgetogen, Weerspiegeld door den Arno juichend na?

14

Sluiten