Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en schrijf evenbeeld, dat hij het betere prees. En onafscheidbaar van deze gestalte moet ik opmerkzaam maken op een andere, niet die van een mensch nu, maar die van Het Paard.

De lezer begrijpt haast waarom ik het fragment van Wilhelms Reize, dat nooit in zijn geheel herdrukt werd, in het begin van dit opstel overnam. Ik moet er naar verwijzen, niet eens, maar meermalen en ik neem van den lezer geen afscheid voor hij het herlezen heeft. Hij zal zien dat voor de helft ervan Wilhelms paard naast hem hoofdpersoon is. Hij spreekt het toe, hij herinnert het aan gebeurtenissen van vroeger en later, hij groepeert er omheen het landschap van zijn reis en de beemden van zijn geboortegrond.

Iaardrijden was volgens een noot onder een van de stukjes in De Muzen de naam van een reeks waar dat stukje deel van was.

Gedroomd Paardrijden is de titel van het groote dichtwerk dat de A alatenschap van den Landjonker van 1874 besluit.

Moet ik u nog verzoeken in te zien, lezer, wat Wilhelm, terwijl hij Amsterdam inreed, in

Sluiten