is toegevoegd aan uw favorieten.

Luide toernooien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar bij tal van dichters der Renaissance voorkomt, doch alleen bij hem eene Kosmica, verpersoonlijking van de wereldsche. Na vergelijking van verschillende plaatsen acht hij het niet onwaarschijnlijk dat Van der Noot met die Kosmica zijn vrouw bedoelde van wie men na een aanteekening omtrent hun huwelijk niets meer hoort. Mij komt het voor dat deze bedoeling nog waarschijnlijker is dan Vermeylen heeft aangenomen. In den Lofsang van Brabant namelijk leest men:

ick ben gheweest ghebannen, om myn deughdt, Wt u schoon edel landt, en daertoe med cleyn vreughdt Beroofdt van staet en goedt, en Kosmica misdadigh Die myn welvaerdt en deughdt seer benydt ongenadigh: Soo dat ick was benoodt te dolen, styf elf jaer . . .

Vermeylen, van deze verzen sprekende, zegt: Van der Noot vertelt hoe hij gebannen werd en »beroofdt van staet en goedt," en toen veel te lijden had van «Kosmica misdadigh." Maar dit toen veel te lijden had, men ziet wel dat het in die verzen niet staat. Hoe vreemd het ook klinke dat hij zich beklaagt van een misdadige beroofd te zijn, dat hij van haar beroofd werd