Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kogels viel, of dat de pest onder hem uitgebroken was; ja zelfs wenschten wij, dat een Europeesche oorlog — zoo'n vreeselijke oorlog — mocht uitbreken, als wij maar ons eigen vaderland behielden. Zoo werd tengevolge van ons gerechtvaardigd patriotisme de neiging tot wreedheid een predomineerend bestanddeel van het karakter der burgers."

Maar, zoo zijn wij. O, mijn europeesche broeders, wat door dezen jongen Afrikaander gevreesd en gehaat wordt als de laagste geestelijke verbastering, alleen verontschuldigbaar door hun vreeselijk lijden, dat is onze dagelijksche toestand in de ellende van ons welvaren. Lusteloosheid, prozaïschheid, oppervlakkigheid, gebrek aan geestkracht, angst om stoffelijke behoeften, haat aan al wat ons belang en onze wenschen tegenstaat, — dat is de diepste diepte van verval die deze jonge aristokraat des geestes zich denken kan; maar — dat is immers wat ons dagelijks pijnt ?

En wij zoeken er geen bekeering uit. Wij prijzen het als den top van onze de ruwheid ontwassen beschaafdheid en edelheid.

Sluiten