is toegevoegd aan uw favorieten.

De Oranjebond van Orde, gevestigd te Utrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vinnigste vijanden te wezen : de hoofdlieden van den »Bond van Orde door Hervorming,''

Het is, waar wij in deze bladzijden de taak vervullen de geschiedenis van onzen Bond te schrijven, niet noodig den begraven strijdbijl weder optediepen en het lang en scherp verloop van den broederoorlog opnieuw in al zijn bijzonderheden te schetsen. Laat het genoeg zijn er aan te herinneren, dat misverstand de oorsprong van de hoogloopende oneenigheid is geweest. Ofschoon, op grond van omstandigheden, in het vorig hoofdstuk beschreven, gemeend was dat de Noordelijke Bond bereid bevonden zoude worden zich in een dezerzijds gevormden Bond voor geheel Nederland optelossen, bleek integendeel dat Mr. A. H. Koning en zijn medestanders reeds op 17 Februari bevorens, in een te Winschoten gehouden vergadering, de grondslagen voor een het geheele land omvattenden Bond hadden gelegd. Misduid werd het optreden van het Permanent Comité, dat daarvan niets wist, in een -op 18 Maart 1893 terzelfder plaatse gehouden bijeenkomst, tot welker bijwoning het uitgenoodigd geworden was. Verlangd werd dat de »Oranjebond van Orde« in den »Bond van Orde door

Hervorming« zoude opgaan en niet omgekeerd,

althans werd voor 't minst een fusie der beide lichamen geëischt. Waar, bij overeenkomst van doel, nochtans groot verschil van middelen, aanbevolen om tot dat doel te geraken en van inzicht nopens de te volgen gedragslijn moest worden geconstateerd, scheen het allengs volslagen onmogelijk zoodanige fusie tot stand te brengen. Bevriende handen, helpensgezind, doch niet wegwijs in de ruimte achter de schermen, deden wel hun best de grondslagen voor een verzoening te ontwerpen, den tekst te schrijven voor een convenant, een regeling van geschilpunten, maar de verschillen van opvatting in zake principieele aangelegenheden en aangaande de wijze waarop de sociaal-democratie moest worden te lijf gegaan, bleken zóó diepliggend en zóó talrijk, dat dezerzijds tot het treffen van een vergelijk op de basis van vereenigd verder gaan niet kon worden besloten en alleen kon worden voorgesteld een federatie aan te gaan, een werken in onderling verband, met behoud van elks zelfstandigheid, te organiseeren. Dit werd aan gene zijde verworpen en daarmede was de breuk volkomen.

Thans, — nu zoovele jaren zijn voorbijgegaan sedert den bewogen tijd, waarin die strijd, schijnbaar om de suprematie, in werkelijkheid om beginselen, werd gestreden, wel gestreden moest worden, al maakte hij een hoogst ongunstigen indruk en velen huiverig zich bij een van beide zijden aantesluiten, — thans overziende al hetgeen

door partijen tot bereiking van het eigen doel is gedaan èn hoe gedaan en in gedachte de verschillende wegen volgend, door elk der Bonden betreden, betreuren wij den loop van zaken geenszins. Het schijnt duidelijk aantoonbaar dat een min of meer gedwongen, uit conventioneele overwegingen en motieven van vredelievendheid voortgesproten, samengaan aan geen van beide bevredigend zou zijn bekomen. Verlamming zoude gewekt zijn door het dragen van een kunstmatig aangelegd, uiterst knellend die-een-maat-neemt,-neemt-eenmeester-keurslijf van gemeenschappelijke, eeuwigdurende verdeeldheid met zich gebracht hebbende, actie. Dat de beide »Ordebonden ', zij het dan in feilen strijd, aan een elkaar tot last zijn zijn ontkomen, ons dunkt het beslist een voordeel. Wat niet bijeenbehoort, moet zich niet paren. »D'rum priife, wer sich ewig bindet, ob sich«, enz.

Gelukkig mogen wij getuigen, dat den »Oranjebond van Orde« nimmer werd, noch kon worden nagegeven, dat hij den strijd niet hoffelijk voerde en dat hij door daden getoond heeft geen wrok te koesteren jegens het lichaam, dat de publieke opinie hem eenmaal als voor hem geknipte levensgezel had toegedacht. Hij heeft diens arbeid met aandacht en belangstelling gevolgd, waar mogelijk met blijken van sympathie gesteund en deelgenomen in het kapitaal der Vereeniging »Eigen Haard«, een schepping van den »Bond van Orde door IIervorming«, daardoor trachtend hem te helpen in de bereiking van het doel, dat hij zich voorstelde.

Nu over een derde, geheel ander vuur. Het gevaar was ontstaan dat onze Bond aan zelfontbrandingzoude bezwijken. Hij had in een ommezien zijn leden bij massa's gewonnen, maar bijna uitsluitend in den kring der werklieden. Zij kwamen — 't wordt niet uit gebrek aan waardeering, maar tot juiste kenschetsing gezegd — minder op het gedachte hervormingswerk af, dan op den Oranjeklank van 's Bonds naam. In Utrecht was het de bekende »Wijk C.«, die een groot contingent leverde. In de hoofdstad vormden zich twee »Departementen« van den Bond, Amsterdam 1 en II. De beweging sloeg over naar Weesp en naar Sloterdijk, waar almede »Departementen« ontstonden. Voor al die leden was Oranje's Bonds zitten en Oranje's Bonds opstaan. Van wat eigenlijk de drijfveer der oprichters was, hadden zij geen goed begrip. Dit bleek in de bijeenkomsten hunner vertegenwoordigers met het Permanent Comité, dit bleek op hun vergaderingen, waarin Thalia, Polyhymnia en Terpsichore meer en meer de krachten werden, die 's Bonds zegewagen voorttrokken. Daarbij dreigde hun liefde voor het Vorstenhuis wel eens tot botsingen met andersdenkenden te zullen leiden, werd althans een enkele