is toegevoegd aan uw favorieten.

De Oranjebond van Orde, gevestigd te Utrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgroeiende meisjes, hielden zij toezicht op de lessen in nuttige handwerken of verschaften zij haar, tot prikkel of belooning, feestelijke uren in »Ons Huis« of op buitenpartijtjes. Een enkele maal riepen zij of de beheerders ook de aankomende jongens tot zich en hielden dezen het goede en schoone en welluidende voor op aangename wijs. Zij verzorgden en bestuurden de bibliotheek, die nu en dan door belangstellenden verfrischt werd en van welke onmiskenbaar een goeden invloed uitging. In 't kort, zij brachten in hooge mate dien regel der Bondsstatuten tot zijn recht, die van behartiging en bevordering der moreele belangen van de minder gegoeden gewaagt. En als »Ons Huis" in den loop van zijn bestaan een deel van het nut heeft bewezen, dat het Bondsbestuur er zich van voorspiegelde en bij de inwijding ervan uiteenzette, dan is dit hoofdzakelijk haar werk geweest. Wij maken hiervan melding met dankbaren zin en brengen een eeresaluut aan die vrouwen, die zeker niet altijd een dankbare taak vervulden, maar rijkelijk haar loon zullen vinden in de, misschien onnaspeurlijke, doch stellig niet denkbeeldige gevolgen van haar trouwhartig pogen om het goede zaad te planten in eenvoudige en jeugdige zielen. Tevens brengen wij 's Bonds hartelijken dank aan de »Kwartgulden-Vereeniging", die goedkeurde, dat, wat aan de oprichtingskosten te kort kwam en wat de exploitatie van »Ons Huis« aan uitgaven vorderde, uit de kwartjes bestreden werd. Terecht heeft zij ingezien dat de moreele verzorging van de bewoners der heide niet minder verdient heide-ontginning geheeten te worden, dan het beplanten van heidevelden en het vastleggen van stuifgronden.

De mannen der velden hebben aan »Ons Huis" niet veel gehad. Hun trok dit plekje niet aan. Maar voor de kinderen had het groote waarde. Eensdeels als bewaarplaats. Wie, die, onder de zorgvolle leiding van de bewaarvrouw, dat vriendelijke, oude moedertje, de kleuters soms mocht bijeenzien, spelend met poppen en blokdoozen of figuurtjes teekenend op de lei, werd niet getroffen door het eigenaardig tafereeltje en verblijdde zich niet met de moeders der kleinen, dat zij hier goed geborgen waren, beveiligd tegen kokend water en vuur en verdere kindergevaren? Eerst wrerd, niet om de geringe kostenvergoeding, maar uit paedagogisch-economische overwegingen, een klein bewaarloon geheven. Dit viel echter niet in den smaak en weinig doctrinair, als het Bondsbestuur was, liet het deze heffing varen. Eveneens brak het met het systeem om voor de brei- en naailessen een onbeteekende retributie te vorderen. Men moet de menschen soms wel nemen, zooals ze zijn. Men kan ze wel minnen, maar men kan ze niet zinnen. Beter scheen het, door toeteseven,

O '

de klassen te vullen, dan gevaar te loopen ze ledig te zien. Thans zijn de breilessen opgeheven, omdat breien ook op de scholen geleerd wordt en de vrouw, die dit onderwijs leidt, niet altijd geheel opgewassen bleek tegen den levenslust van het jonge goedje en de Dames-Patronessen niet altijd tegenwoordig konden zijn. Maar de naailessen worden voortgezet en aanlokkelijk gemaakt. Zal het kind van nu de huismoeder van straks geworden zijn en dan de naald kunnen hanteeren tot voordeel van haar huisgezin, dan zal eerst recht blijken hoe goed het was, dat vriendelijke zorg zich gelegen liet liggen aan de vorming van de jonge meisjes der velden, een vorming, die zich niet bepaalde tot de oefening der vingers, maar zich ook uitstrekte tot de leiding van de harten, dus aanvullend een gebrek aan opvoeding, dat menigmaal dringend die aanvulling behoefde.

Na deze vluchtige schets van »Ons Huis" nog een enkel woord over twee instellingen, die geacht kunnen worden deel van zijn werkkring uittemaken. Een dezer is de Spaardoos, op 1 April 1896 door den heer Bruijn van Rozenburg inliet leven geroepen. Het spreekt van zelf dat zij geen wijdsch instituut is geworden met veelomvattend vermogen; evenzeer dat lang niet alle bewoners der velden, al werden zij er toe aangemoedigd en toe uitgelokt, door haar tot sparen zijn gebracht. Toch is het niet van beteekenis ontbloot, dat deze Spaardoos het eenmaal, op 30 Juni 1900, tot een gezamenlijken inleg van ƒ481.30 heeft gebracht. Het ging met het sparen op en af. Velen verloren weder spoedig den lust daartoe. Daarentegen kregen enkele kinderen er smaak in. Op 31 December 1902 bedroeg de totale inleg / 317.11 5 en'waren er 25 spaarders, onder wie een met een saldo van ƒ113.385 en een met ƒ66.945 te goed. Wel is het te hopen dat de Spaardoos steeds grootere aantrekkingskracht moge uitoefenen. Al worden er geen groote bedragen gespaard, veel is het waard dat de lust ontwake om iets wesftelecfcren voor den kwaden dag en dat het tot een gewoonte gemaakt worde de niet dadelijk benoodigde penningen een veilig plekje te geven, waar zij rente afwerpen.

De andere instelling is de Voorschotkas, een schepping van den heer Schmidt. Zij ontstond op 1 October 1897 giften, tot een bedrag van ƒ285.— en heeft ten doel in voorkomende gevallen eenige hulp te reiken aan wie geacht mogen worden voor den aankoop van klein vee, pootaardappelen, mest, als anderzins of voor een kleinen handel voor eenige hulpverleening in aanmerking te komen. Ondanks alle voorzichtigheid is hier een kwade post niet uitgebleven, wat te meer te betreuren valt, omdat het vermogen der Kas waarlijk niet groot genoemd kan worden. Maar

4