is toegevoegd aan uw favorieten.

De Oranjebond van Orde, gevestigd te Utrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Misschien zijn er, die vragen of de Bond wel altijd zichzelf gelijk gebleven is en, zoo neen, of hij dit kan verantwoorden. Hun worde volgenderwijs bescheid gedaan.

De Bond is ontegenzeggelijk van karakter veranderd. Van strijdvaardig is hij zachtmoedig geworden, van een wapendrager een soort van heilsoldaat, op veroveringen uittrekkend met een palmtak in de hand. Die verwisseling van aard en van actie is, zijns ondanks, in 't eerst geheel tegen zijn zin, uit de omstandigheden voortgekomen. Uit het wassen van zijn leeftijd ook. »Het wordt bedaardheid met de jaren, wat heete drift was in de jeugd.«

Dat eerste timmeren aan den weg, met z'n vele gezeg, dat stelselmatig vlagvertoon, onwillekeurig prikkelend tot strijdlustbetoon, dat rusteloos zich verplicht achten de geesten te dwingen tot afkeer van alle revolutionair gedoe, tot inkeer misschien ook, meer dan hij zich misschien bekennen wilde, het was alles een mooie aandrift en als dat heilig vuur niet in 's Bonds ziel geboren ware geworden, wie weet of het hem dan niet vergaan ware als der klassieke Jacoba, zich hebbend »aan een eind geschreid in hare onnoozelheid.* Maar 't was, achterna bezien, Don Quichottisme ook, vechten voor een verloren zaak Een machtige geest moge in staat wezen, als 't hem meeloopt, den stroom van de denkbeelden der menschheid te verleggen, met de roerselen van zijn hart alleen verzet men niet het kompas van de gedachten der massa's. Waar dan 's Bonds kracht, indien al ergens, in zijn hart zat, zeker niet huisde in den onrustigen geest, dien hij bij zijn komst op dit ondermaansche dacht te kunnen uitspelen tegen de nog veel onrustiger geesten, die in dit tranendaal reeds lang wortel geschoten en vasten voet verkregen hadden, daar is zijn goede engel wijzer geweest dan hij, toen zij hem dwong zich te bepalen bij den weg van den practischen arbeid en hem een slot hing op den veelpratenden mond.

En nu tot slot de vraag: Heeft de Bond een toekomst? Heeft hij levenskracht?

Wie zal het zeggen ? Een krakende wagen loopt gemeenlijk lang en wat was de Bond tot hiertoe anders? Hij gaat voetje voor voetje, steeds op ineenstorten bedacht, voortdurend bezig zijn vermolmde deelen te kalefateren en zijn vracht niet verzwarend, zonder telkens met zorg te overwegen, of hij niet door overbelasting zijn bestaansgevaren vergroot.

Maar hij gaat dan toch verder en draagt allengskeiïs z\vaaTderenjast en 't is met hem als met den~ man uit de fabel, die dag in, dag uit, ziJnT alf op de schouders nam en een koe droeg, eer hij 't wist. Inderdaad,~ 't is reeds een heele

vracht, die de »Oranjebond van Orde« heeft leeren torsen Er moge al twijfelachtige waar bij zijn, meerendeels is 't puike en niet al te boud ware het te zeggen, dat hij gaandeweg eenige warenkennis verkreeg en in 't vervolg wel niet meer zal opladen wat tegelijk volumineus en van intrinsieke ondeugdelijkheid is. Mocht hij nog wat plaats over hebben — bij oordeelkundig schikken valt de ruimte altijd mede — dan zal hij wèl doen een soliede brandkast op z'n wagen te zetten en daarin appeltjes optebergen voor den toekomstigen dorst; een dorst naar geld — hij schaamt er zich niet voor — die hem wel altijd zal blijven kenmerken, niet uit ziekelijke, afkeurenswaardige geldzucht, maar omdat de groote en goede taak, die de Bond te vervullen heeft, slechts tot vervulling kan komen, als hij financieel sterk zal zijn en daardoor groote zaken kan doen.

Indien wij overzien wat de Bond tot dusver gedaan en voorbereid heeft, dan treft het ons dat alleen de gewone — niet met zorg voor de volkshuisvesting of voor de opvoeding der plattelandsbevolking samengestelde — heideontginning en de bevordering van de kleine indus-

o o

trie ten platten lande de beste uitkomsten hebben opgeleverd. Arbeidsverschaffing, dus , zonder bijmengselen van ethischen aard, het openen van bronnen van bestaan tot ontwikkeling der economische weerkracht van hen, die om den broode naar de groote centra van bevolking gedreven worden, om daar steenen voor brood en nog veel kouder en harder en minderwaardiger dingen dan steenen te vinden, indien zij niet door wijze maatregelen van voorzorg en menschenliefde van dien trek naar hun volkomen materi.eelen en moreelen ondergang teruggehouden worden. ArbeidsverschafTing, dus, door bevordering van heide-ontginning in eenigerlei vorm. Voor dit schoone en practische doel zullen de meergegoeden nog, geslachten voor, geslachten na, geestdriftig en goedhartig, de kracht van hun ge¬

moed en de macht van hun goud ten offer kunnen brengen. Velen doen dit reeds en meerderen zullen volgen, door voor eigen rekening op groote schaal ontginningen in het leven te roepen. Doch niet alle vermogenden zijn vermogend genoeg om dus op eigen wiekslag ten goede uittegaan. Daar is nu de Bond gekomen om de goedwillenden saamtebrengen voor een werk van wijze economische staatkunde en van naastenliefde allermeest. Hij wil met hunne hulp den tempel van volksgeluk, volkswelvaart, volkskracht, volksdeugd en volksontwikkeling opbouwen en heeft laten zien hoe dit gaat. Maar 't gaat alleen als los zitten de koorden hunner beurzen en zij dan iets, —moge het veel zijn! — van hunnen overvloed willen toevertrouwen aan den »Oranjebond