is toegevoegd aan uw favorieten.

De coupeur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Fig. 8. -

Colbert.

Maten.

Bovenwijdte. ... 90 cM Onderwijdte. . . 1)0 ,, Rugbreedte. ... 19 ,,

Korte taillelengte . . 44 cM Lange taillelengte 48 ,, Geheele lengte. . . 74 ,,

Begin opstelling.

Trek een winkelhaak A—C en A—B.

Van A lot A \ is Vu = 8 cM.

Van A tot 1) is lA + % = '20 cM. (rugbreedte).

Van A naar C is de halve bovenwijdte min 2 is 40 cM.

De afstand I)—C in de helft verdoelen om punt E Ie bekomen (voor de annwijdte).

Punt F is de helft van E—C (halspunt).

Van F naar G is 8 cM. (dezelfde afstand als A—A 1).

De volgende punten aangeven op de lijn A—B.

A—1 is de helft van de halve bovenwijdte 24 cM. (ruglioogte).

A—J is de korte taille 44 cM.

A—B is de geheele lengte 74 cM.

Deze bekomen punten doortrekken als volgt:

Van 1 naar Q. Van J naar B en van K naar S.

Van D naar M. Van E naar N. Van F naar 0 en van C naar P.

Van G naar A een lijn trekken om punt 11 te vinden.

Op de lange taille van al' punt K 2 cM. naar binnen gaan en van daar uit een lijn (rekken naar A.

Van deze lijn uil wordt de boven- en onderwij die gemeten.

De lijn H—O geeft de schouderhoogte van den rug aan.

T is de helft van A—1.

De lijn T—N geeft de carrurebreedte en de hoogte van den zijnaad aan.

De rugbreedte is op de korte taille en op de lengte 'l3 = 10 cM.

Teeken de omtrekken van den rug van A tot 11. Van H tol ï (I1/» cM. buiten de lijn D—M). Verder tot punt 2 cM. buiten dezelfde lijn) en vervolgens door 5 naar punt 4.

Tusschen voorpand en rug op de lijn T—N 2 cM. uitnemen en tusschen armsgat en korle taillelijn V—W 1 V, cM.

Teeken den zijnaad langs deze aangegeven punten door W tot punt L.

L is x/i van den afstand M—B.

Meet de schouderlengte van den rug en «reef diezelfde lengte aan den schouder van

O O

het voorpand van af ruim 1 cM. boven punt F tol X.

De halsdiepte is van af C V8 = 6 cM.

Punt Z is V3 van C—V (halsholling).

Teeken de halsholling van af 1 cM. boven punt F door Z tot op de lijn Y—Y 1.

Den schoudernaad ook van af dat punt een weinig hollend tot 3/4 cM. onder E en vervolgens afrondend naar X.

Het armsgat van X tol 1 cM. binnen de lijn E—N door punt N en verder 1 cM. onder de armsgatlijn naar punt U.

De boven- en onderwijdte is van af 1 1 en J I lol aan de halve borstlijn 48 -f 0 = 54 en tol Q en B 48 + 10 = 58 cM.

Zie vervolg Fig. 9.