is toegevoegd aan uw favorieten.

De coupeur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*

Bovenwijdte. 00 cM.

Onderwijdte. . . 96 „ Bugbreedte. . 10 „

- Fig. 13. -

Colbert voor corpulent figuur.

Maten.

Korte taillelengte . . 41 eM Lange taillelengte. . 45 „ Geheele lengte. . . 70 „

Opstelling.

Voor dit model wordt van de gewone proporlioneele maten eenigszins afgeweken (zie tabel van maten voor liet vervaardigen van proportioneele en abnormale modellen).

Trek een winkelhaak A—C en A—B.

Van A naar A 1 is Vg = 8 eM.

Van A naar I) is V4 + J/G = '20 cM. (rugbreedte). Van A naar C is 48—2 = 40 eM.

E is de helft van I)—C (voor de armwijdte).

F is de helft van E—C (halspunt).

F—G is dezelfde afstand als A—A 1.

Van G een lijn trekken door A I tot II

A—I is Va = '24 eM. De rughoogle wordt voor dit achterover staand figuur door de lijn G—II verminderd met 2 eM.

II —J is 41 eM. (korte taille).

II—K is 45 eM. (lange taille).

II—B is de geheele lengte 70 eM.

De bekomen punten doortrekken als volgt:

Van 1) naar M. Van E naar N. Van F naar O en van C naar P.

Van I naar O. A7an J naar K. en van K naar S.

Van af K op de lange taille '2 eM. naar binnen gaan, en van daar uit een lijn trekken naar II. Van deze lijn uil wordt de bovenwijdte gemeten.

T is de helft van II—1.

Trek een lijn van A 1 naar O, welke de schouderhoogte van den rug aangeeft.

De lijn T—N dient om de carrurebreedle aan te geven.

De rugbreedte op de korte taille en op de lengte is Vs = 10 cM.

Teeken de omtrekken van den rug als liet Fig. De lijn T—C dient om de schouderhoogte van liet voorpand aan te geven.

Meet de schouderlengte van den rug en geef diezelfde lengte aan den schouder van het voorpand van af ruim I cM boven punt F tot X.

Tusschen voorpand en rug van V tot U wordt 1V2 cM. uitgenomen, de zijnaad is tot de korte taille een weinig getailleerd en komt onder uil op de breedte van den rug.

Om reden in dit colbert een buiksecon komt, slaat punt V nu op de armsgatlijn, welk punt met het dichtnaaien van de secon weer op de juiste plaats komt.

Punt W is de helft van N—U.

Trek een lijn van X door W tol M I, welke lijn de plaatsing van de secon aangeeft.

Van W tot W I is 4 cM.

Op de armsgatlijn tusschen V I en W, *2 cM. en tusschen N I en M 1, 5 cM. uitnemen.

De lengte van W 1 naar N 1 is 2/3—c2 = 50 cM.

De ingang van den zak dus ook de lengte van de secon is 10 cM.

De halsdiepte is V8 = 0 cM. van af C.

Een derde van IJ— C is de halsholling punt /.

1 1—0 is de bovenwijdte 48 +11 = 59.

De onderwijdle wordt aangegeven door een liaaksche lijn W I—(J—S met 11I2 cM. ronding.

Hel voorpand vóór en achter 4 cM. verlengen.

Teeken de omtrekken als liet Figuur. Plaats den borstzak op de armsgatlijn 4 cM. van af punt N. Den kraag opstellen ais Fig. 9.

De knoopen worden 4 a 5 cM. op den kant geplaatst.

*