is toegevoegd aan uw favorieten.

De coupeur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- Fig. 37. -

De klokvormige Overjas volgens vereenvoudigd systeem.

De eenvoudigste wijze om een klok vorm aan de overjas Ie geven is hiernaast in teekening gebracht.

Men kan daarvoor de getailleerde alsook de halfwijde overjas gebruiken.

Wanneer men de getailleerde overjas voor deze verandering gebruikt, moet natuurlijk de taille uil de zijnaden verdwijnen. Bij de halfwijde overjas zijn de zijnaden reeds zoo goed als recht en kan dus gewoon langs het patroon geteekend worden.

Als voorbeeld is hier genomen de rug van een halfwijde en het voorpand van een getailleerde overjas. Men dient er rekening mede te houden dat, wanneer een getailleerde overjas voor dil doel wordt gebruikt, meer wijdte moet worden gegeven, om rede deze overjas en vooral de rug, nauwer is dan de halfwijde overjas. De ruimte, welke voor klokvorm wordt gegeven, is naar gelang de jas ruim moet zijn.

De wijdte op deze teekening gegeven is de meest voorkomende en wordt behandeld als volgt:

Trek van af punt A een lijn tot aan den onderkant op het midden van den rug en knip het patroon op deze lijn in.

Wanneer nu het patroon op de slof is gelegen, schuift men de punten 1] en C 4 a 5 cM. uit elkaar, de cene helft naar voren en de andere helft naar achter, waar¬

door men een verdeelde ruimte bekomt en de ruimte dus niet op één punt blijft hangen.

Tecken nu langs de lijnen I)—E en F—G den middenrug en zijnaad.

Voor een getailleerden rug kan de opening C—B 8 a 9 cM. zijn.

Het voorpand moet op gelijke wijze worden behandeld doch met twee insnijdingen.

I)e eene van af II en de tweede van af I tot aan den onderkant.

De afstand K—J en L—M is 5 a G cM. Wanneer men een patroon van een halfwijde overjas bezigt, is o a 4 cM. voldoende.

Van de uit elkaar geschoven ruimte moet Vs naar voren en 2/3 naar achter verplaatst worden, voor gelijke ruimte-verdeeling.

Teeken langs het patroon, na openschuiving, het voorpand op de stof.

Zooals deze teekening aangeeft, wordt de taille uit den zijnaad verwijderd en de laillesecon vervalt.

Wanneer men een patroon van een halfwijd model bezigt, teekent men gewoon langs de kanten van het patroon.

De voorkant wordt voor dit model weiniüf

# o

ingewerkt, om vooruitspringen van den voorkant te voorkomen.

Ook zou Ie veel inwerken van den voorkant het niet recht vallen van de streepen of ruilen in den slof ten gevolge hebben.