is toegevoegd aan uw favorieten.

De coupeur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Fig. 43. —

Gekleede Overjas met kloksehoot.

Maten

Bovenwijdte. . . . 96 cM.

Onderwiidle. . 00 ,,

«F

Rugbreedte. 19 ,,

Korte taillelengte . . \\ cM. Lange taillelengle. . 48 ,, Geheele lengte. . . 120 ,,

Opstelling.

Trek een winkelhaak A—B en A—C.

Van A tot A I is V. = 8 cM

Yan A lol D is l/4 + l/e = '20 cM. (rnghreedte).

Van A tot C is 48 — 2=46 cM.

Ë is de helft van 1)—G (voor de armwijdte).

De helft van Ë—C is het halspunt F.

Van F tot G is 1 8 = 8 cM.

De lijn G—A geeft punt 11 aan.

Van A tot 1 is V2 = 24 cM. (rughoogte).

Van A lol J is 44 eM. (korte taille) en tot K 48 eM. (liinge taille).

Van A lot B is lc20 cM. (geheele lengte).

De bekomen punten doortrekken als volgt:

Van 11 naar L. Van 1) naar M. Van E naar N. Van F naar O en van C naar P. Van I naar Q. Van .1 naar R en van K naar S.

K—V is 2 eM. Van V een lijn trekken naar A en van af deze lijn de boven- en onderwijdte meten. De lijn II—0 dient om de schouderhoogte van den rug en de lijn A—N om de breedte van de carrure aan te geven.

Trek nu nog de lijn V—D en teeken de omtrekken van den rug volgens bekomen punten.

Tusschen rug en zijstuk wordt op de lange taille 2, op de korte taille 5 en op de lijn W—N 11/2 eM. uitgenomen. De breedte van liet zijstuk van boven is \3 van N—M, punt 5.

T is de helft van A—I. W is de helft van T—I. De winkelhaak 4—5—6 geeft de breedte op de lange taille en de lijn W—N de hoogte van hek zijstuk aan. De lijn T—C geeft de schouderhoogte van het voorpand aan.

Meet tle schonderlengte van den rug en geef diezelfde lengte aan den schouder van het voorpand van af I V2 cM. boven punt F tot X. De halsdiepte is V8 = 6 cM. De kruislijnen V —G en / Z l geven de juiste halsholling aan. I 1—Q is 48+ 7 = 55 cM. (halve horstbreed Ie).

Trek een winkelhaak P—Q—R en geef van af R '2 cM. toe voor onder wijd te.

liet voorpand van af N N 2 en van voren l/i2= 4 cM verlengen. De winkelhaak 4—8—9 geeft de plaats voor de laillesecon aan in de richting van den kraaghaak en aan den achterkant cM. tailleeren. De breuklijn is de helft van Y—C. De spiegel is 4 cM. breed.

De Revers.

De re ver wordt naast het voorpand opgesteld. Men heeft zoodoende altijd de juiste lengte en kan de breedte van den schoot er

o

naar regelen.

Trek een lijn A A—B B.

Van V A lot G G is 5 cM.

Van G G lot D 1) is \ cM.

Trek een lijn D 1)—Ë E.

Van af deze lijn is, ter hoogte van den omval 5 en op de lengte 4 cM. de breedle van den revers.

Van af de breuklijn tot A X een weinig ronding geven en verder teekenen als het Figuur.