Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zorg die veranderingen te behandelen. Wanneer echter de coupeur met het verteekenen ruw omspringt, kan hij er zeker van zijn, dat de werkman het ook zoo nauw niet neemt en het gevolg blijft meestal niet uit. Daarbij zijn de veranderingen, wanneer het kleedingstuk gereed is, niet zoo gemakkelijk en doeltreffend uit te voeren, dan wanneer het in de pas is.

Zelfs wanneer door coupeur en werkman met de meeste zorg een kleedingstuk is behandeld, blij ven teleurstellingen niet uit, dus kan men zeker niet anders verwachten bij onverschillige behandeling. Het verteekenen van den voorkant is ook dikwijls een struikelblok en daarom zal ik ook dit punt zoo duidelijk mogelijk trachten toe te lichten.

De overslag wordt met passen langs het linkerpand op het rechterpand aangeteekend. 01 dit nu recht of schuin, breed of smal is, doet niets ter zake, om reden dit met het verteekenen in orde wordt gemaakt. Zorg er voor o a 4 c!VI. inleg aan den voorkant te snijden, waardoor steken geslagen moeten worden en dat deze inleg met het passen is omgeregen. Wanneer de kant verteekend wordt, legt men dezen inleg weer uit en behandelt de verteekening als volgt:

Meet den afstand van af den aangeteekenden kant tot aan den inslagsteek en verdeel dezen afstand in de helft, waardoor de juiste halve borstlijn wordt verkregen.

Van af deze halve borstlijn moet voor een Colbert en Jacquette 5 cM. worden aangesneden, waarna de knoopen 5 cM. op den kant kunnen geplaatst worden.

Met deze afstandsberekening, waarbij is inbegrepen het verlies van naad aan den voorkant en terugwerking van voering en belegsel moet ook rekening gehouden worden dat hel kleedingstuk gewoon onder linnen wordt gepast.

Voor een overjas met één rij knoopen wordt van af de halve borstlijn 7 cM. toegegeven, waarna de knoopen 9 cM. op den kant worden geplaatst, ook met berekening van passen onder linnen.

Voor overjas met twee rijen knoopen wordt van af de halve borstlijn 9 a 10 cM. aangesneden naar gelang de dikte van de stof.

De knoopen worden dan 1 \ cM. op den kant geplaatst.

Voor de gekleede jas wordt ook eerst de halve borst aangegeven en van af de halve borstlijn o cM. aangesneden.

De revers worden hierna aangezet en door de reversnaden op elkaar te plaatsen wordt de stand der knoopen aangegeven.

Voor Smoking is aansnijding van 2 cM. voldoende, om reden deze kleedingstukken open worden gedragen.

Voor den rok kan van af de halve borstbreedte nog 2 cM. worden afgesneden, om reden dit door den revers weer wordt aangevuld en dit kleedingstuk ook open wordt gedragen.

Wanneer het wordt gesloten, geschiedt dit met een sluitknoop, waarna de kanten niet over maar tegen elkaar aankomen.

Het vest wordt op dezelfde manier gepast en verteekend.

De aansnijding van af de halve borstlijn is o cM., waarna de knoopen o cM. op den kant kunnen geplaatst worden.

Voor een vest met twee rijen knoopen en aangestikten revers wordt van af de halve borstlijn 1 x/a cM. toegegeven, waarna voor het plaatsen van de knoopen de reversnaden op elkaar worden gelegd.

Voor een kleedingstuk tot aan den hals gesloten, wordt ook eerst de halve borst op dezelfde manier aangegeven. Aan hel linkerpand wordt 2 cM. van af de halve borstlijn aangesneden en aan het rechterpand voor colbert 5 en voor overjas 8 cM. De knoopen komen dan respectievelijk 4 en 7 cM. op den kant te staan, juist op de halve borstlijn.

Sluiten