is toegevoegd aan uw favorieten.

De coupeur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toelichting voor het maatnemen.

I)e opstellingen naar maat, welke nu volgen, zijn van geheel andere constructie dan de proportioneele maatverdeeling. Deze methode is uitsluitend meetkundig en daarom het juiste maatnemen een eerste vereischtc.

Om dus met succes dit meetkundig systeem te constueeren, is het noodig eerst hel nemen van de daarvoor noodige maten te bestudeeren, wat ik door woord en beeld zoo duidelijk mogelijk zal trachten te maken.

Hij het zorgvuldige maatnemen lette men ook vooral goed op de afwijkingen van den cliënt, welke genoteerd moeten worden, en waarmee met het snijden en verwerken rekening wordt gehouden.

Er zijn vele abnormale lichaamsvormen welke de maat niet aanwijst, en wanneer met het maatnemen daar voldoende op gelet wordt, zal dit de fouten met hel passen tot een minimum reduceeren.

De meest voorkomende afwijkingen zijn de volgende:

Ronde rug, breede ronde borst, holle lendenen, uitstekende schouderbladen, links ol rechts 1, 2 of 5 cM. lager, ingevallen platte borst, de linker- of rechterheup meer ol minder ontwikkeld.

De maten geven deze afwijkingen gedeeltelijk wel aan, doch het is beter ze nog eens extra te noteeren.

Alle maten worden over de jas gemeten met uitzondering van boven- en onderwijdte welke over het vest gemeten worden.

Men kan ook alle maten over het vest meten doch dan moet, met het opstellen aan de wijdtematen 4 cM. worden toegegeven.

Voor men met maatnemen begint, speldt men een band ol gordel om de korte of natuurlijke laille, welke strak wordt aangehaald. Daarop worden met het maatnemen de aanteekeningen gemaakt en is tevens dienende dat de aangegeven punten niet kunnen verschuiven, wat bij hel meten over een Colbert of slecht passend Jacquette zonder gordel aanleiding zou kunnen geven tot onjuiste maten.

Het maatnemen.

Men plaatst zich achter den cliënt en legt den centimeter aan op punt A.

Meet tot B de lange taillelengte, b. v. M cM. Meet vervolgens tot C de geheele lengte, 92 cM. (Zie Fig. D D).

Meet vervolgens de armsgatdiepte, le beginnen bij A tot D 54 cM. (Zie Fig C C).

Haal den centimeter onder den arm door en meet in schuine richting naar boven, over de dikte van den rug tot E 65 cM. en vervolgens tot het uitgangspunt A terug 76 cM. Deze laatste is een contrólemaat (Zie Fig. A A).

Bij het opstellen van het model wordt de armsgatdiepte (54 cM.) van de middenrugwijdte (65 cM.) afgetrokken. Men houdt dan 51 cM. over voor avancementmaat, waaraan 2 cM. wordt toegevoegd voor uitsnijden tusschen de naden. De avancementmaat wordt dus 51 +2 = 55 cM.

De heuphoogte meet men als volgt:

Leg de maat aan op A en laat deze dan vrij hangen langs B tot aan de heuphoogte punt F? 54 cM., waar een aanteekening wordt gemaakt (Zie Fig. B B).