is toegevoegd aan uw favorieten.

De coupeur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Pantalon.

Deze pantalon-methode, bewerkt voor zelfonderricht, is van eenvoudige constructie en daarom gemakkelijk in te studeeren. De opstelling is geheel naar genomen maten en de verdeelingsafstanden, welke er in voorkomen, berusten uitsluitend op de bassinwijdte.

Aangezien het goede passen van de pantalon in hoofdzaak van de bassinwijdte afhangt, moet deze met de meeste zorg worden gemeten.

Van groot belang is ook, de zij- en tusschenbeenlengte juist te meten, om reden een te lang bovenlijf, vooral wanneer de pantalon zonder bretels wordt gedragen tol lastige en veel tijd eischende veranderingen aanleiding kan geven.

De bandwijdte moet, wanneer de pantalon met bretels wordt gedragen, ruim gemeten worden. Wanneer geen bretels worden gedragen, kan de maat strakker aangehaald worden, wat gemiddeld een verschil van ongeveer 4 a 6 cM. in omtrek is.

De knie- en voetwijdte neemt men naar wensch van den cliënt of volgens de mode.

De opstelling is voor alle figuren hetzelfde, uitgezonderd dat voor een corpulent figuur het achterbeen 2 a 5 cM. meer achterover wordt gesteld.

Ook de buikvoorsprong wordt, zooveel als voor elke figuur noodig is, in gewone opstelling gevonden. De hoofdzaak in deze is ook weer dat de centimeter met hel maatnemen op de juiste plaats wordt aangelegd, nl. over het dikste gedeelte van het zitdeel en naar voren hoog op, over het dikste gedeelte van den buik.

Het is ook goed altijd beide zijlengten te meten, omdat liet dikwijls voorkomt, dat beide beenen niet even lang zijn, wat gewoonlijk op de heup gevonden moet worden.

Let met liet maatnemen ook goed op den stand van het figuur, om reden voor iemand met doorgezakte knieën liet achterbeen in liet kruis meer uitgehold moet worden en korter wordt gesneden om te veel plooien onder hel zildeel, (wat door deze houding wegzakt) te voorkomen. Daartegenover moet voor iemand met achteruitstaand zitdeel het achterbeen hooger worden gesneden, daar anders trekkingen op knie en voet onvermijdelijk zijn. Voor deze laatste figuur kan ook het achterbeen iets meer schuin gesteld worden. Wanneer men een patroon maakt, kunnen deze veranderingen het eenvoudigste behandeld worden door hel patroon ter hoogte van het zitdeel tot 5 cM. van af den zijnaad in te knippen.

Men schuift dan de beide stukken uit elkaar of over elkaar, naar gelang men een lang of kort achterbeen wenscht te snijden. Aangezien een pantalon doorgaans zonder passen wordt gemaakt, moet op deze afwijkingen bijzonder worden gelet, om latere onaangenaamheden zooveel mogelijk te voorkomen. De X en O beenen zijn ter verduidelijking in teekening gebracht, zie de Figuren.

De te nemen maten voor de gewone pantalon zijn de volgende (zie Figuur A A).

Zoek vooral goed de heuphoogte en meet voor een pantalon zonder bretels van af A tot o cM. van af den grond punt B (zijlengte).

Geef voor een pantalon, welke met bretels wordt gedragen, 2 cM. op de heup toe.

Druk den centimeter in het kruis goed aan en meet van af punt E ook tot 5 cM. van den grond lol punt D (tusschenbeenlengte).

Meet vervolgens boven de heup de bandwijdte (punten A—C).

Deze maat moet strak gemeten worden voor een pantalon zonder bretels en ruim voor een pantalon welke niet bretels wordt gedragen. De bassinwijdte (zie de punten G—F) moet over liet dikste gedeelte van hel zitdeel en buik gemeten worden.

De dijwijdte I—H is alleen noodig voor nauwsluitende pantalon. De knie- en voetwijdten K—.1 en M—L worden gemeten naar wensch van den cliënt of volgens de mode.