Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Fig. G9. —

Wijde Rypantalon met smalle klep.

Geheelc lengte. Tusschenbeenlengle Bandwijdte .

108 cM

82

99

99

Maten.

Bassinwijdle. Kniewijdte . Onder de knie.

. 104 cM

. 58 . 50

99

99

Opstelling.

Voorbeen.

Trek een winkelhaak A—B en A—C.

A—B is de zijlengle 108 cM.

Meet van B terug lot 1) en geef de tusschenbeenlengle aan, 82 cM.

Verminder de tusschenbeenlengle met lOcM. is 72 cM. en de helft van deze 72 cM. is de kniehoogte te meten van af I) tot E 50 cM.

Van A tot C is '/4 van de bassinwijdle. Van B lot F is dezelfde afstand.

Van F tot Kis Vc van de bassin wijd te 8 V2 cM.

J is de helft van D—I.

Van K uit een lijn trekken door J naar N.

Deze lijn geeft de stelling van het achterbeen aan.

G—1 is de helft van J—I, G—P is 1 l/i cM. I—S is '/o van de bassinwijdte.

J—O is de helft van 1—S. S—H is 1 cM.

G—ï is 'li van de bandwijdle 21 cM.

De lengte van deze pantalon is van af de kniehoogte 10 cM.

De lusschenbeennaad is ter boogie van de knie evenwijdig met de lijn C—F en op de lengte 1 cM. naar binnen.

De aangeteekende ronding van 11 lot 11 1 moet ingekrompen en naar het midden van de knie gedreven worden.

De breedte van het voorbeen van 11 lol 1 is 15 cM. en van LI tot M 14 cM.

De ronding aangegeven boven punt l ook inkrimpen en naar het midden van de knie drijven. De afstand D—D 1 is 4 cM.

Van W tot C is 5 cM.

De breedte van de klep van W tot O is 8 cM. en de openinglengte van O tot 0 1 is 18 cM. De zakken worden in band- en zijnaad geplaatst met knoopsluiting.

Het achterbeen.

Het achterbeen wordt geteekend met behulp van het voorbeen.

Trek de lijnen T, A 1—D, G—U I, HU en M L op het achterbeen door, alsook de lijn N—Y. Van G tot Z is altijd 4 cM. en van N tot Y is voor deze pantalon 14 cM.

Plaats de liniaal op Y en de uitholling van het voorbeen punt O 1 welke lijn door lailleering van boven en uitholling langs Q 1 en G tot Z den achternaad vormt.

Meet de breedte van het voorbeen C—T 21 cM. (voor deze teekening) plaats die maat op V en geef verder de halve bandwijdte tot A 1 plus 5 cM. voor uitsnijding en weder dichtnaaien van de secon is 4*2 cM.

Meet de wijdte van het voorbeen van 11 lot U en van L tot M en plaats die maat op H en L, waarna voor de breedte van het achterbeen de noodige wijdte wordt gegeven, nl. tot U I de kniewijdte 58 cM. en lot M onder de knie 50 cM.

Van U tot M is een knoopsluiting met 5 knoopsgaten.

Ter lengte van het split aan het achterbeen 5 a 4 cM. aansnijden voor hel plaatsen der knoopcn.

Sluiten