Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- Fig. 77. -

Kleine Slobkous.

Maten voor al deze modellen.

Omtrek wreef en hiel 42 eM. Wreef hoog te . . . 24 „ Lengte 20 ,,

Hoogte 20 eM

Enkelwijdte. . . . 50 „ Kuitwijdte .... 42 „

Opstelling.

Trek een een vierkant A—15 en G—D.

Van A tot C en van A tol 15 is de helft van de wreef en hielomtrek 21 eM.

Verdeel dit vierkant in vier gelijke vakken, zie de punten G—11 en E—F.

Van 1) tot 1 is de helft van 11—1).

Dit is de gebruikelijke lengte voor deze modellen.

Van I tot J is de helft van I)—F.

Van af B 3/4 eM. naar binnen gaan voor de ronding van den hak.

Van daar uit moet de wreef en hielomtrek gemeten worden tol punt K 21 eM.

Punt L is Va van H—D.

De wreefhoogte wordt gemeten van af L tot K 12 eM. Van A tot P is 2 eM. Van P tot R is de halve enkelwijdte 15 eM.

Teeken de Slobkous volgens bekomen punten als het Figuur.

De Figuren 1A en 1B geven den buitenkant van de Slobkous te zien, doorgesneden op de lijn G—H.

Aan Figuur 1B moet van A tot B 5 eM. aangesneden worden voor het plaatsen van de knoopen. De souspieds worden op punt L geplaatst 5 eM. van af de sluiting, zie Fig. 1A.

Sluiten