is toegevoegd aan uw favorieten.

De coupeur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- Fig. 81. -

Gr oom.

Bovenwijdte. . . . 80 cM

Onderwijdte. . . . 70 „

Bugbreedle. . . . 10 „

I lidswijdte .... 58 „

Maten.

Korte taillelengte . . 50 cM Lange taillelengte. . 40 ,, Gehcele lengte. . . 50 „

Opstelling.

Trek een winkelhaak A—B en A—C.

Van A tot A l is 1/« = 01/2 cM. Van A tot I) is '/4 + l/o = 10l/2 cM. Van A lol C is de halve bovenwijdte min 2 = 58 cM.

E is de helft van I)—C (voor de armwijdte) en F is de helft van C—E (halspunt).

De afstand F—G is = 0V2 cM.

Van G een lijn trekken tol waardoor punt 11 wordt aangegeven.

Van A lot I is de helft van de halve bovenwijdte 20 cM. (rughoogte).

Van A lot J is 50 cM. (korte taille) en van A lol K is 40 cM. (lange taille).

Van K lol B is V5 = 8 cM.

De hekomen punten doortrekken als volgt:

Van II naar L. Van D naar M. Van E naar IN. Van F naar O en van C naar P.

Van I naar Q. Van J naar B. Van K naar S. Van B naar U en van V naar D.

De lijn II—0 dient voor de schouderhoogte van den rug en de lijn A—N 0111 de carrurehreedte aan Ie geven.

B—BI is 2 cM. en wordt doorgetrokken naar A. Teeken de omtrekken van den rug.

Tusschen rug en zijpand van boven lVa, in de taille 5 en op de lengte 1 cM. uitnemen.

T is de helfl van A—I en W is de helft van T—I.

Van W uit een lijn trekken door N lol U I.

Plaats den winkelhaak op II 1 en V3 van

N—M, waarna men de breedte van het zijstuk op de lange taille bekomt, punt 0.

De lijn W—IN geeft de boogie van het zijstuk aan.

Teeken de omtrekken als het Figuur.

Tusschen zij- en voorpand in de taille 5 cM. en op de lengte 2 cM. uitnemen.

De lijn T—C dient om de schouderhoogte van hel voorpand aan te geven.

Meet de schouderlengte van den rug en geef diezelfde lengte aan de schouderlengle van het voorpand van af 1 cM. boven punt F lot X.

De halsdiepte van C tot Z is % is 5 cM.

De juisle halsholling is de lijn Y—Z. De halswiidte is van af G langs de halsholling tol Z Z 19 cM.

De halve borstwijdte is van II tot Q 40 + 0=40 cM. en de onderwijdte van J1 lol B 40+ 7 = 47 cM.

Van af de halve borstlijn wordt voor den knoopsgatenkant 2 cM. en voor den knoopenkant 4 cM. toegegeven.

De cirkel F—2 en F—5 geeft de lengte van hel voorpand aan.

De lengte van voorpand en zijstuk is op de heup 2 cM. boven de lijn B—U en den rug van af Bil cM. verlengen.

De middenrij knoopen worden op de halve borstlijn geplaatst, ongeveer 5 cM. van elkaar.