Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- Fig. 100. -

Gesloten Jongeheerenpantalon.

Maten.

Zijlengte t./a. de knie 50 cM. Tusschenbeenlengte . 30 ,, Bandwijdte . . . . 72 „

Bassinwijdte . . 76 cM. Dijwijdte .... 50 „ Kniewijdte .... '28 „

Achterbeen.

Punt O is Vs van C—A. Van O tot B is 8 cM. + 4 cM. voor band. Meet de band wijdte van C tot l) en van B tot S en geel' 5 cM. toe voor bet uitsnijden van de secon. De afstand G—P is 4 cM. Teeken den achternaad van B tot P als het Figuur. Meet de bassinwijdte van T lot U en van V tot W plus 4 cM. voor naden en toegift. Voor de kniewijdte is de afstand I—Z en L—V 2 cM. Het split van de achterklep in den zijnaad is ongeveer 16 cM. Teeken de omtrekken van hel achterbeen als het Figuur.

De Pantalon met elastiek.

Opstelling.

• Trek een winkelhaak A—B en A—C. Van A tot N is de kniehoogte 50 cM. Van N tot E is 6 cM.

Van N tot F is de tusschenbeenlengte oO cM.

Van A tot C is V4 van de bassinwijdte is 19 cM. De bekomen punten doortrekken als volgt:

Van F lot G. Van N tot H. Van E tot I en van C tot J. Van G tot D is *li van de bandwijdte !8cM. De afstand K—G is V4 van R—F = 5 cM. Van E tot L is 5 cM. en van af L de wijdte van het voorbeen 1 o cM., puntZ. Teeken de omtrekken van het voorbeen als het figuur.

Wanneer de pantalon wijd en met elastiek moet zijn, blijft de opstelling wat het bovengedeelte betreft hetzelfde.

De pijpen worden wat wijder en van af E 12 cM. langer gesneden en 4 cM. omslag voor elastiek. Voor do wijdte zijn de afstanden als volgt: De zijnaad van het voorbeen is dan tot aan de knie gelijk met de lijn A—B en van daar tot aan den onderkant o cM. binnen deze lijn, punt B1. De lusschenbeennaad is op de knie o cM. van af punt H en loopt op de lengte tot punt ,1 uit. Van B 1 tot J 2 cM. ronding geven.

Het achterbeen is op de knie 3 cM. en op den voet 2 cM. wijder aan zij- en tusschenbeennaad.

Fig. 100.

Gesloten Jongeheerenpantalon.