Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- Fig. 101. -

Korte Jas.

Maten.

Bovenwijdte. Onderwijdte. Rugbreedte . Avancement.

96 cM

86 19 50

Korte taillelengte Lange taillelengte Geheele lengte. Halswijdte . .

41 cM

45 74

46

5?

Opstelling.

Trek een winkelhaak A—B en A—C.

Van A tot A 1 is % = 8 cM.

Van A tot D is + V® = 20 cM. (rugbreedte).

Van A tot G is 48 - 2 = 46 eM.

E is de helft van D—C (voor de armwijdte).

F is de helft van E—C (halspunt).

Van F tot G is dezelfde afstand als A—A I.

Trek een lijn van G door A1 om punt H te bekomen (rughoogte).

Van A tot I is Va = 24 cM. (armsgatdiepte).

Van A tot J is 41 eM. (korte taille).

Van A lot K is 45 eM. (lange taille).

Van A tot B is 74 cM. (geheele lengte).

De schootlengte is gemiddeld 50 eM.

De bekomen punten doortrekken als Volgt:

Van Al tot BI. Van D tot M. Van E tot N. Van F tot 0 en van C tot P.

Van I tot Q. Van J tot R. Van K tot S en van B tot BI.

Op de lange taille van af K 2 eM. naar binnen gaan en van daar een lijn trekken tot H. Van af deze lijn wordt de boven- en onderwijdte gemeten.

De lijn A I—0 geeft de schouderhoogte van den rug aan en de lijn H—N de carrurebreedte.

Trek nu de lijn V—D en teeken de omtrekken van den rug.

T is de helft van H—1

W is de helft van T—1 en doortrekken tot punt 4.

Tusschen rug en zijstuk uitnemen op de lijn H—N 2 cM., op de armsgatlijn 1 Va cM., op korte en lange taille 3 cM.

De bovenbreedte van het zijstuk is lk van M—N.

De lijn W—N is de hoogte van het zijstuk.

Plaats den winkelhaak op de punten 4 en 5 en geef de breedte van het zijstuk op de lange taille aan, punt 6.

De lijn T—C dient om de schouderhoogte van het voorpand aan te geven.

Meet de schouderlengte van den rug en geef diezelfde lengte aan den schouder van het voorpand van af 1 cM. boven punt F tot X.

De halsdiepte is Vg = 8 cM.

De kruislijnen C—Y en Z—Z Z geven de juiste halsholüng aan.

De afstand van 11 lot O is de helft van de bovenwijdte, 48 cM.

Van J 1 tot R is 48 — o = 45 cM.

Verleng het voorpand van af S 5 cM.

Teeken de borstlijn langs deze bekomen punten tot U, de helft van Z—Z Z.

Tusschen voorpand en zijstuk op de lange taille 2 cM. uitnemen.

Teeken nu de omtrekken van het voorpand als het Figuur.

Trek voor het opstellen van den revers een rechte lijn door Q ter hoogte van punt U en tot de lengte van het voorpand.

Meet van af G lot G i de halswijdte 46 cM. min de naden voor het aanzetten van den revers.

Trek van af G 1 een rechte lijn tot aan den schootnaad, punt AA.

Van G 1 tot aan den voorkant is 10 cM. en van A A tot aan den voorkant is 9 cM.

Van G 1 tot Z 1 is 1 cM.