is toegevoegd aan uw favorieten.

Het boek der sporten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onder nl den sport van onzen sportlievenden tijd is er zeker geen, zoo oud-eerwaard en van zoo groote beteekenis als de schiet- en de jachtsport.

Kaïv de watersport wijzen op vader Noacli als de oudste (nolens-volens) amateur en geven de giekenloodsen aan de boorden van den Amstel nog trouw den vorm zijner arke weder, de jachtsport heeft nog oudere brieven wijl de allereerste bewoners van ons kogelvormig planeetje uit den aard der toestanden, jagers moeten zijn geweest, die, in den strijd om het bestaan en onder den machtigen drang van zelfbehoud en nooddruft, den kamp met de wilde dieren hadden te bestaan. Jagenden en gejaagden, 't was in de voortijden een kwestie van eten of opgegeten worden; dat liet menschdom nog bestaat en zich kon ontwikkelen, heeft het eenvoudig aan de jacht te danken. De jagersvolken gingen voor en de herdersvolken en landbouwers konden eerst optreden en zich uitbreiden nadat het terrein veilig was gemaakt en „afgezocht" door den jager.

Maar behalve liet middel tot zelfbehoud was de jacht ook een leerschool, zij oefende de wilskracht, staalde de spieren, scherpte de zintuigen, verhoogde het zelfvertrouwen. Hand en oog werden getraind door de ijzeren noodzakelijkheid, en voeten en longen geoefend bij snelle vlucht in doodsgevaar. Zoo is werkelijk de jacht het groote opvoedingsmiddel geweest voor ons geslacht en is het allerminst overdreven om aan te nemen, dat de noodzaak om het wild te bemachtigen, de zucht om zich voor den aanval der dieren te vrijwaren, do behoefte om veilig te kunnen slapen, het denkvermogen der menschheid heeft ontwikkeld, die op haar toenmalig standpunt, op straffe van ondergang-, de middelen moest vinden, geschikt om de veel snellere, veel sterkere dieren der wildernis te overmeesteren.

Toen de een of andere ruige Nimrod dier dagen het probleem, het groote probleem had opgelost om „op afstand te dooden", was het eerste schiettuig uitgevonden. Jacht- en schietsport toch, zijn van allen aanvang af onafscheidelijk verbonden geweest.

En wie zal bepalen in hoeverre de juichkreet na den zege, behaald met dat eerste schiettuig, niet geleid kan hebben tot de eerste kunstuiting „het lied" en