is toegevoegd aan uw favorieten.

Het boek der sporten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog wel eens met een zucht terugdenken aan die tijden tusschen 'SO en '90, toen datzelfde veld van groenwitte, roodwitte, geelzwarte en anders gekleurde jongelieden wemelde en zijn Zondagsclie liooge hoed van alle zijden door in het rondvliegende ballen werd bedreigd. Men noemt in de cricketwereld die jaren van olim wel eens de bloeitijd van Nederlandsch cricket, en zeker is het, dat er nooit zóóveel cricketspelende landgenooten en zóóvele clubs, over ons land verspreid, hebben bestaan als in dien tijd. Wie terugdenkt aan de ontelbare vereenigingen, die achter het Rijksmuseum te Amsterdam of in den Hout te Haarlem speelden, aan de in alle oorden des lands gevestigde clubs, wie zich nog in de herinnering weet terug te brengen de tournooien, op het Malieveld jaarlijks gehouden onder den titel »bondswedstrijden«, die moet wel tot de slotsom komen, dat cricket er sedert leelijk op is achteruitgegaan.

En toch, hij zou zich vergissen. Want al zwaait de president van den Nederlandschen Cricket Bond thans over heel wat minder onderdanen zijn hamer dan in die jaren, en al zijn heel wat clubs ter ruste gegaan, die weleer een gevreesden naam hadden, niet cricket is er op achteruitgegaan, maar — en dat is nog zoo kwaad niet —- het cricket, zooals wij het destijds verstonden. Vooreerst is de kwaliteit van het spel, dank zij den lessen van Bentley, den Engelschen elftallen, die jaar in jaar uit ons land komen bezoeken, maar vooral dank zij

den beteren terreinen voor cricket, aanmerkelijk vooruitgegaan. De tnsschen '80 en '90 onoverwinnelijke spelers der »groote Haagsche" zouden raar staan te kijken tegenover een elftal van welke der huidige clubs uit de klasse competitie ook. Maar de hoofdzaak is, wat ik reeds aanroerde, de terreinquaestie. In de geschiedenis van Nederlandsch cricket tot op den dag van lieden moet men twee

perioden onderscheiden, waartusschen de grens ongeveer valt met den eersten toer van een Nederlandsch elftal naar Engeland (1892). De periode vóór dien tijd is wel geweest die van de veelheid van spelers, maar tevens de tijd van een eenigszins meer onontbolsterd soort van cricket. Toen in 1892 bovenbedoeld Hollandscli elftal van zijn crickettoer uit Engeland wederkeerde en een hunner aan de in Holland gebleven cricketvrienden op het Malieveld wilde toonen, hoe hij in Engeland had leeren »entten," sprong hem de eerste bal de beste recht tegen het oor, hetgeen hem aanleiding gaf tot de opmerking, dat op een »oer" grond als het Malieveld niet viel te cricketen en dat hij liever de bat aan den kapstok hing

5

Yorkshire Wandcrcrs legen All Holland XI in 1893.