Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opwekken van een volk, dat zeker op liet gebied van sport een uitstekend beoordeelaar is? Ons dunkt dat zij ligt in de groote afwisseling van terrein en liggingen en van liet gereedschap waarmede het gespeeld wordt; de wetenschappelijke toewijding die er voor noodig is om het te leeren en vooral in dien innigen samenhang met het buitenleven, waarvoor dat volk zulk een voorliefde koestert. Evenals een jager dwaalt door het veld, doorkruist de golfer zijn links, beide sporten hebben affiniteit en met de ingespannen aandacht gevestigd op hun doel, vergeten beide hun zorgen en genieten de weelde van het buitenleven.

Daarenboven is liet het meest gezonde spel, dat ter wereld gespeeld wordt. De beweging blijft altijd matig, of liever regelmatig en is het een spel, dat bij voortduring kan gespeeld worden tot op hoogen leeftijd, als de snelheid begint te ontbreken om backhand-ballen op te nemen in de corners van de tennisbaan of 0111 in de voorste rijen van voetbal- en hockeyspel een rush te doen op den goal der tegenpartij.

Meent echter niet dat het een spel is alleen voor oude lieeren en dames, die

liet crocquet niet hebben kunnen leeren. Reeds menigeen in den lande heeft deze illusie opgeborgen bij zijn verroest iron en zijn stuk geslagen cleek. Gij kunt u er van overtuigen als gij een jongen Engelschen professional het lenige lichaam ziet slingeren over den bal, die fluitend wegstuift en gelijkmatig stijgend voortgaat; aldoor maar voortgestuwd als door geheimzinnige schokjes om eindelijk bijna buiten gezicht neder te dalen en zijn loop nog meters ver over liet groene gras voort te zetten in die eenige richting van de vlag.

In Nederland maakte voor ruim tien jaren golf zijn zegevierenden intocht. De golfclub van Clingendaal werd opgericht; spoedig daarna die Doorn,

Roosendaal en Hilversum. De jonge Dunn van Bournemoutli legde vluchtig de banen uit, plantte zijn vlaggen, en aardige houten clubhuisjes werden gebouwd. Dat was nu eens, inderdaad »een kolfje naar ieders hand." Niet zulk een dol gevlieg als tennis, neen! een aardige wandeling over een gezellig terrein met roode en witte vlaggen, met een huisje waar men in den zomer gezellig zat thee te drinken en te flirten. De links waren propvol. Hoe dikwijls sloeg men de bal niet geheel en al mis en ploegde voeten er achter in het zand; dan lachte men, telde er goedmoedig één stroke bij, of vergat dat te doen. 't Zou wel aanleeren en daarenboven iedereen had honderd a tweehonderd slagen noodig voor 9 holes en men kwam toch vroeg of laat wel aan bij het clubhuis. Hoe gezellig vlogen de ballen over de put heen, tientallen ellen er voorbij en dan weer terug, twintig el naar den anderen kant. Uitbundig gelach! 't was toch nog zoo gemak -

J. 11. Paylor.

Sluiten