Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fokkers geen genade, zoo zelfs, dat na 1831 geen Staatshengsten meer daarheen

werden gezonden, behalve naar Ameland, waar ook de drie eenige volbloedhengsten der Stoeterij werkzaam waren.

In October 1832 werd tot onderdirecteur aangesteld de majoor Jhr. van

Kretschmar van Wijk en Aalburg, een groot voorstander van het volbloed Engelsclie

paard als regenerateur, en in 1837 werd aan hem opgedragen het nieuwe fokmatenaal te gaan koopen.

In 1838 werden o. a. 15 volbloedhengsten in Engeland gekocht.

Dat directeur en onderdirecteur zoo zeer van inzichten verschilden, moest

natuurlijk botsingen met zich brengen, en het gevolg hiervan was, dat Jhr. van de

o ,in het Jaar 1840 op verzoek gepensioneerd werd, met opdracht zijn dienst aan den onderdirecteur over te dragen.

Van toen af schijnen uitsluitend volbloed hengsten gestationeerd te zijn.

Ongelukkig genoeg was de financieele positie van Nederland in die dn»en

zeei e enkelijk, en dit gaf aanleiding tot een bezuinigingswoede, waaraan de

instelling te Borculo zelfs niet ontkwam. Om kort te gaan de Rijksstoeterij te

Borculo werd met 1 April 1842 opgeheven en werd «leze een private instelling

van Z. M. koning Willem II, die haar tot zijn dood toe met liefde en energie 111 stand lneld. °

Intusschen had de Rijksstoeterij en de richting daaraan in de laatste naren gegeven, haar doel in vele opzichten bereikt.

Door dezen stoot waren slapende geesten wakker geschud. Men had gezien welke heilzame gevolgen de vermenging met edel bloed tengevolge had en kon hebben, mits bij zorgvuldige en oordeelkundige paring en goede, niet te zeer op zuinigheid berustende opvoeding der veulens.

Ameland, waar de kruising met volbloedhengsten met ijver en verstand werd uitgeoefend, plukte er de schoone vruchten van, en zoo was het dan ook, dat zich van particuliere zijde steun begon te ontwikkelen.

I Iet iaar 1S44 scheen dan ook in de analen van den paardensport in Nederland een jaar van groote beteekenis.

-j-, 1Ind.erdJff .kwam men eindelijk tot navolging van het voorbeeld dat Engeland Frankrijk, Eelgie en Duitschland reeds lang te voren gegeven hadden en werd uer te lande opgericht »de Sociëteit tot aanmoediging der verbetering van liet 1 aardenras in het Koningrijk der Nederlanden«, een Vereeniging, die haar doel trachtte te^ bereiken, niet alleen door de producten der fokkerij in wedrennen en harddraverijen hun proeven van deugdelijkheid te doen geven, maar tevens door

het uitloven van premiën aan jonge, goed-gebouwde en opgevoede tuig- en landbouwpaarden.

Velen meenden nu dat »de papagaai geschoten was«, te meer ook omdat deze jeugdige vereeniging een krachtigen steun vond bij de leden van het Koninklijk Huis, met Z. M. Koning Willem II aan het hoofd, als beschermheer. Z. K. H.

I rins Fredenk was Herelid, terwijl de ledenlijst begintmet denamen van H.H.K.K.H.tl!

17

Sluiten