Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spelletjes met zang, of wel: verstoppertje, blindeman, krijgertje, hinkebaan, of wat niet al meer gespeeld, dan hebben zes pleizier voor tien.

Echter de jongens worden ouder, en het eene spel maakt plaats voor het ander.

Wie herinnert zich niet zijn hoepeltijd, toltijd, knikkertijd of vliegertijd ? — als echte jongensspelen. Er is bijna geen land, waar deze spelen niet beoefend worden. Het ziin dus echt internationale snelen. en zelfs

f' 1 ' "

China kent zijn brom- en vliegende tollen. De Hollandsche

jongen weet er evenwel ook weg mede. en hij weet op z'n duimpje wanneer het hoepeltijd en wanneer het vliegertijd is. Men wedijvert wie de meeste en de mooiste knikkers heeft en eeuwen geleden, toen men de kunst nog niet verstond om ze te maken, wisten de jongens ze wel te vinden onder de steentjes, die de rivieren hadden aangespoeld.

Thans heeft men knikkers uit klei gebakken, van glas vervaardigd, met strepen en tiguren versierd; om de beroemde albarters niet te vergeten!

„Mijn spelen is leeren", heeft Van Alphen geschreven. Dat is het wat de knaap moet bereiken, wat hij noodig heeft om als een gezonde jongen met gezonde hersens op te groeien tot een gezond en krachtig mensch. Er is geen middel, dat zoo in staat is om de geestelijke afmatting op te heffen, lichaam en

ziel te verfnsschen en tot nieuwen arbeid aan te sporen, als het spel. Van zeer groot gewicht is het als men er voor zorgt, dat de jeugd zich in het spel en de vrijheid kan verheugen en dat zij slechts gebonden door de wetten en de regels van het spel, die vrijheid leert gebruiken. Steeds moet aan de jeugd de gelegenheid worden gegeven, kracht en vaardigheid te verkrijgen en zich in de kans te verheugen, die aan ieder goed spel verbonden is. Daarom moet in school en huis, overal, waar aan de jeugd wordt gearbeid, ruimte gezocht en ruimte gelaten worden voor die oefeningen, waarin lichaam en geest versterking vinden.

Wij zeiden : jongenssport is jongensspel.

Maar het lijkt wel alsof de opvoeder zegt, als de speeltijd voorbij is, als de knaap te groot is geworden voor de kinderspelen : tot hiertoe en niet verder.

Is een ieder het eens, dat liet kind en de jeugdige knaap moeten spelen, als de jongen op zekeren leeftijd gekomen is, trekt de opvoeder zich feitelijk weinig meer van de lichaamsbeweging van zijn leerling aan. Want men kan toch niet zeggen, dat eenige uren per week gymnastiek voldoende zijn in een tijd, dat de hersens overladen worden met allerlei wijsheid, die zoo zelden in het practische leven te pas komt ?

De sport is het uitvloeisel van het spel, en moet daarom daarvan de voortzetting zijn,

Sluiten