is toegevoegd aan uw favorieten.

Het boek der sporten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De peur mist dezen haak doch heeft aan het ondereinde van het snoer een zwaar stuk lood met tien a vijftien groote dauw-wurmen omhangen, waardoor wollen of losse katoenen draden zijn geregen.

Het lood zinkt met zijn wurmentros op den bodem, gewoonlijk op een diepte van 2 tot 8 meter, het wordt door heffen en laten zinken aanhoudend in beweging gehouden om den paling te lokken. Bij zoel weer laat hij dan ook niet lang naar zich turen en grijpt een der wurmen om er mede te vluchten.

Maar wacht een beetje, de poerman heeft het rukje aan het touwtje gezien of gevoeld; hij tilt door middel van stok en touw den wurmentros boven zijn schuit of een gereedstaande tobbe, waarin de paling neervalt; zijn scherpe tandjes toch waren achter liet losse draadje, dat in den wurm zit, vast blijven zitten.

De ware sport, niet den werkelijken hengel, wordt uitgeoefend op stroom en in stilstaande waters.

Op stroom hebben wij vooreerst de forel in beken als de Geul en wellicht een paar andere in Nederland. Daarop wordt gevischt met de kunstvlieg. De hengelaar heeft een zeer fijn stokje, dat de noodige zwieping bezit, om zijn zeer licht snoer op een afstand van tien tot vijftien meter te kunnen werpen. Het voorend van dit snoer bestaat uit omstreeks 2 nieter van het fijnste erin marin, waaraan op een meter afstand van elkaar twee kunstvliegen bevestigd zijn; zeer enkele visschers doen er soms drie aan. Deze vliegjes worden zóó geworpen, dat ze op het water terecht komen als waren het levende, en dan door een lichte trilling in een natuurlijke beweging gehouden, die het leven van het nagebootste insekt dient voor te stellen.

De forel vliegt, om zoo te zeggen, op het aas, grijpt toe en is aan liet haakje, dat in de kunstvlieg verborgen zit gevangen. Met de rol die aan den stok bevestigd is wordt het snoer opgehaald tot de visch aan wal is, waar hij met een schepnet wordt opgewipt.

Voor het vangen der forel wordt ook de spinner gebruikt, dit is een zwaar kunst visch je met drie of vier dreggetjes omhangen; dit visclije wordt zoover mogelijk nabij de boorden uitgeworpen en dan in den stroom teruggetrokken, waardoor het een draaiende

beweging verkrijgt, die het op een levend vischje doet gelijken; ook al met het gevolg dat de forel, door het greep, aan de haakjes blijft hangen. Dit snoer is sterk genoeg om den visch op land te werpen.

De forel bijt ook aan den regenwurm, dien men met den stroom, over den bodem laat wegdrijven, en aan vele insecten als de sprinkhaan, en andere levende vliegen die aan de oppervlakte van liet water worden gehouden en daar door haar worden gegrepen.

Forellenaas.

Forellensnoer.