is toegevoegd aan uw favorieten.

Het boek der sporten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volharding, wijze teeltkeus en onafgebrokene oefening der honden, geslacht na geslacht, in goedbezet jachtveld, heeft hij uit reeds aanwezig materiaal een verbeterde en veredelde rashond gefokt die waardig is den naam van Korthals-griffon te dragen.

Dat was oordeelkundig fokken in goede richting.

Daarnaast en terzelfder tijd fokte men in Duitschland uit datzelfde ruighaar (zeer waarschijnlijk door kruising met korthaar) de stekelharige staande hond.

De omschrijving van het haar van een stekelharige, vordert in het raspuntenboek niet minder dan 28 compres gedrukte regels 1). Bij het doorfokken heerscht natuurlijk attavisme en telkens ondervinden de fokkers van den stekelharige terugslag, 't zij naar den ruigharigen, 't zij naar den kortharigen kant.

Hier werd ook een doel in 't oog genomen, maar dat doel was, „een nationale Duitsche hond te produceeren," die wat minder ruigharig moest wezen dan den griffon, die . . . van den griffon eenvoudig, verschillen moest in uiterlijk.

Hier stond het fokbeginsel niet erg hoog en de natuur in den weg. Dit was fokken in de verkeerde richting.

Menigeen is het met mij eens geloof ik, dat er terrier- en pinscherrassen genoeg zijn, want wie een groote terrier verlangt kan een airedale, wie zich een kleine wenscht, een affenpinscher aanschaffen; wie een kortharige zoekt ziet uit naar een fox, wie een langharige of halflangharige wil hebben, kiest een Yorkshire terrier of Duitsche pinscher; wie een roode verlangt neemt een Iersche, en wie een zwarte mooier vindt koopt een black and tan en als men bij de genoemde soorten zijn keus nog niet vinden kan, blijft altijd nog een dozijn terrier-soorten disponibel. Toch kwamen de Dobermann pinschers in den laatsten tijd ten tooneele. Ze zijn niets beter dan de reeds bestaande soorten, hebben geen bizondere eigenschappen noch schoonheden en alleen omdat het wat nieuws is, komen ze voor een poosje in de mode. Hier ook wordt iets gefokt dat onnoodig en waarvan

J) Rassekeiinzeiche» der Huude, Munchen, 1892. p. 109.

E. K. Korthals. 1894.