is toegevoegd aan uw favorieten.

Het boek der sporten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evenmin speciaal nut te verwachten is, en dat, gegeven de verschillende reeds bestaande terriers, in geen enkele behoefte voorziet. Ook dit is fokken in een verkeerde richting.

In het program der clubtentoonstelling van dashonden, te Erfurt uitgeschreven op 15—17 September 1900, werden voor dit ras niet minder dan 73 klassen ingeruimd. Toch ontbreken er reeds nu klassen in dat breed opgezette program voor de spierwitte dashonden, die een Duitsche fantast heeft weten te fokken ; allicht zijn hier of daar nu »dalmatiner dashonden* in de maak en over tien jaren beleven wij hoogst waarschijnlijk speciale dashondententoonstellingen met 100 klassen. Toch vraag ik waarvoor dat oneindige uitbreiden? worden de krachten er niet door versnipperd en te veel verdeeld, en komt mij de nuchtere vraag op de lippen: »zou een spierwitte dashond zoo veel practischer voor zijn doel geschikt zijn dan een roode of zwarte ?

Duitschland heeft van het kortharig staande-hondenras reeds een viertal goede stammen. Brauntigers, Wnrtemburgers, Weimaraners en de groote afdeeling deibruinen en bruinbonten. Toch is deze verscheidenheid nog niet genoeg en komt een vijfde stam opdoemen uit Schaumburg-Lippe, de »sneeuwvlokken hond«

Dit voor het kortharige ras. ... Het ruigharige ras zag naast zich opduiken, de stekelharige en de poedelpointer. Of die sneeuwvlokkenhond nu zoo eminent beter op jacht is dan de gewone, thans goed doorgefokte bruine kortharige? en of de poedelpointer beter van bouw en fijner van neus is dan de ruigharige staande hond betwijfel ik zeer. Ook hier ontmoeten wij eene ongezonde fokliefhebberij die er op uit is om wat nieuws te produceeren eerder dan om het bestaande te verbeteren.

Daar ligt voor de gezonde en natuurlijke ontwikkeling van onzen hondensport een gevaar in die geheel onnoodige uitbreiding van variëteiten, in dat fokken van nieuwigheden die in geen behoefte voorzien, zij verdeeld de krachten te zeer, zij werkt eenvoudig de grillige mode in de hand, de mode die de dochter is van verveling en onbestendigheid en juist omdat geen ras op aarde beter en sneller dan het hondenras zich leent tot het voortbrengen van eindelooze variëteiten, kunnen hierbij geen grenzen worden gesteld dan .... door eigen verstand en zoo dat ook te kort schiet, door het gezonde verstand van anderen.

Wie mij nu antwoordt: »dus geen proefnemingen, geen nieuwe rassen, geen »verbetering door kruising.... stilstand in plaats van vooruitgang!...,« dien geef ik Graaf Bylandt's » Races de Chiens« in handen en verzoek hem den Index kalm na te lezen en het aantal rassen eens op te tellen; dien verzoek ik te beginnen

*) Hundesport und Jagd, van 23 Augustus 1900, p. 707.

27