is toegevoegd aan uw favorieten.

Het boek der sporten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de ijzeren baan doorsneden streken woonde, begon weer te genieten van de voorrechten, die de centra van bevolking aanbieden.

Zie hier met een enkel woord geschetst de groote oorzaak, waardoor het wielrijden in een korte spanne tijds zich in Nederland het burgerrecht veroverd heeft. Geen land toch zoo bij uitstek voor de beoefening van dezen sport geschikt. Overal in den lande een groot net van kunstwegen, die meestal, zoowel in den winter als in den zomer, goed berijdbaar zijn, overal in den lande die heerlijkmooie natuur, die zware hollandsche luchten, nu eens het volle licht over de groote vlakte nuanceerend, dan weer in grillige vormen uitstekend boven de kruinen der boomen onzer oude bosschen, of zich afteekenend tegen de molens en torens aan den horizon. Ook een bijna geheel ontbreken van de vele kilonieters lange rechte wegen zonder bewoners, maar steeds, hetzij na langer of korter tusschenpoozen, een vriendelijk dorp, een stad met oude huizen en typische bruggetjes over de smalle grachten, waar de tocht beeindigd kan worden en de vermoeide toerist een herbergzaam dak vindt.

De geschiedenis van „Het Wielrijden" in Nederland te beschrijven is dan ook een dankbare taak, het is de geschiedenis van eene overwinning, eerst lang¬

zaam, eenigszins weifelend of het wel een zegetocht zou worden, maar dan later des te zekerder en ook met grooter zegepralen. In den beginne een jongenssport, een soort waaghalzerij, maar later een onmisbaar deel van het practische leven, zóó mede gegroeid niet het volksbestaan, dat niet dan in speciale gevallen is waar te nemen waar de sport

Kn^elsclie caricatuur van een wielrijder gezonde ontspannillgsilllddel OpllOlldt

omstreeks 1800. en waar de toepassing van liet rijwiel als

practisch vervoermiddel begint. Bovendien is deze geschiedenis van het wielrijden

ook die van de ontwikkeling van een ambacht, voor een vijf en twintig jaar beoefend

door een enkelen smid zonder geldelijke hulpmiddelen, 1111 opgegroeid tot een

tak van groot-industrie waarbij duizende werklieden hun dagelijksch brood verdienen

en waarin reusachtige kapitalen worden omgezet.

De wielrijder in het jaar 1875, een door de volksmenigte aangegaapte zonderling, een vogelvrij-verklaarde, overgeleverd aan de baldadigheid van de straatjeugd en de ruwheid der plattelands-bevolking, is bij de intrede dei' 20ste eeuw de berijder van een voertuig, dat naast zijne verplichtingen ook zijne rechten heeft, een voertuig waarmede rekening wordt gehouden in de vergaderzalen van de regeerders van stad en lande, en waarvoor men afzonderlijke gebaande paden aanlegt, een voertuig dat men — hoe kan liet anders in Nederland — 0111 zijn groot aantal reeds verheven heeft — eerder dan piano's en andere luxe artikelen — tot een voorwerp waardig 0111 door rijk, provincie en gemeente belast te worden.