Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overtuiging, dat als de lieeren van Olympia hun oude stukken nog eens overlezen zij zelf zullen glimlachen — geheel alleen in alle stilte, want voor een meesj^r* is liet niet prettig dat in 't openbaar te doen — over het weinig steekhoudende van hun betoog en de meesterachtige wijze waarop zij hunne argumenten »de jongens» onder de oogen trachten te brengen.

Nu toch over strijden sprekend, willen wij tevens releveeren dat in 1887 de eerste officieele pogingen gedaan werden om het wielrijden in het Nederlandsche leger in te voeren.

Het Bondsbestunr meende, dat het voor onzen jongen sport eene officieele erkenning, een releveering zou zijn als het nut van het wielrijden door het legerbestuur erkend werd en het deed in dat jaar de eerste stappen om daartoe te geraken. Er werd met eenige officieren geconfereerd en later, zoo liet schijnt, ook liet Departement van Oorlog gepolst.

De oudste officieele stukken zijn echter eerst in 188S gewisseld. Het was een aanbieding van het Bondsbestunr aan Minister Bergansius om het Legerbestuur behulpzaam te zijn, tot het verkrijgen van geschikte wielrijders, ten einde bij de groote najaars-manoeuvres een proef te doen nemen met den Militairen Wielrijdersdienst.

Op dezen brief werd spoedig geantwoord, dat het aanbod met ingenomenheid was ontvangen en dat daarvan gaarne gebruik gemaakt zon worden, zoowel voor de groote- als voor de vesting-manoeuvres.

Aan de oproeping, die naar aanleiding hiervan door het Bestuur aan de bondsleden geschiedde, gaven zoovelen gehoor, dat eene keuze gedaan moest worden.

Van alle kanten werd het initiatief van het Bondsbestunr toegejuicht. De groote pers o. a. het Handelsblad vestigde in een lang artikel de aandacht op dit feit, en van vele wielrijdende officieren kwamen adhaesie-betuigingen in. Zestien rijders namen aan deze eerste manoeuvers deel.

Heeft ooit het Bondsbestunr van één zaak satisfactie gehad dan is het van dit initiatief. Deze proefneming, die zooals wij straks zullen zien langzamerhand een meer vasten vorm heeft aangenomen, heeft zoo goed voldaan, dat eerst in het jaar 1900 de militaire wielrijders, A. N. W. B. - leden, geheel door wielrijdende militairen zijn vervangen; en dit vervangen is ook een succes, want waar hier in ons goede vaderland elke nieuwe maatregel nog al eens bezwaren ondervindt, is nu door 's-Bonds-tocdoen, als van zelf het rijwiel in het leger geïntroduceerd geworden. De A. N. W. B. heeft nooit meer bedoeld dan een overgangs toestand te verkrijgen. Een langer voortduren van den ouden toestand zou ook voor den Bond bezwaarlijk geworden zijn. Wij weten uit ondervinding hoeveel moeite het heeft gekost de burger-wiel rijders zoo af te richten, dat het eenigszins bruikbare militairen werden; de goeden onder hen niet te na gesproken. Nu deze militaire wielrijders tot het verleden beliooren mag het Bondsbestunr met groote ingenomenheid terugzien op zijn pogen en het welslagen daarvan.

Met een bang hart zag het Bondsbestunr in 1388 de zestien rijders vertrekken;

Sluiten