Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooraf gingen, richtte liet Bondsbestuur een rekwest aan den Raad niet verzoek, de verordening in te willen trekken en ziet er werd besloten de nummering voorloopig niet in werking te doen treden. Was de slag nu half gewonnen, het gevaar bleef dreigen; weer rekwestreeren, weer bezoeken aan allerlei overheidspersonen, weer gewerkt niet alle geoorloofde middelen en in Februari 1897 haalde de gemeenteraad een streep door de nummerbepaling, in den voorzomer van 1896 vastgesteld.

Ook met zijn optreden tegen bestaande en voorgestelde verordeningen in de provinciën Groningen en Limburg had de Bond hetzelfde succes. Verdere uitweiding op dit gebied zou ons te breedsprakig doen worden, alleen nog een enkel woord over het ontstaan van de rijwielbelasting in Nederland.

Het was op Vrijdag 15 November 1895, dat Jhr. Rutgers van Rozenburg met nog cenige Kamerleden bij de behandeling van de wet op de personeele belasting voorstelde, ook den grondslag rijwielen in die belasting op te nemen. Dat was ook weer zoo'n donderslag uit een onbewolkte hemel, het Bondsbestuur echter waakte en Dinsdagmorgen den 19de" bij den aanvang van de zitting, lag op de zitplaats van elk der leden een uitvoerig rekwest tegen dat voorstel. Het mocht niet veel baten, met 64 stemmen tegen 32 werd liet amendement aangenomen, doch liet was eene overwinning waarvan de Heer Rutgers weinig pleizier beleefde. Het rekwest van den Bond, genoot de eer van door den voorsteller ontleed en afgebroken te worden op die geestige manier, waarop menschen wier zaak nog al zwak staat, anderen, die niet tegenwoordig zijn afbreken, omdat een ernstige bestrijding de zwakheid hunner partij zou verraden. De bestrijding van den Rond was trouwens zoo gek nog niet, de A. N. W. B. vond èn den minister èn de commissie van rapporteurs als mede-tegenstanders van het amendement aan zijn zijde. De Heer Rutgers sprak dan ook over de triple alliantie, den Minister, de rapporteurs-commissie en den Wielrijdersbond. Nu, de wielrijders hadden in slechter gezelschap terecht kunnen komen.

De Heer Rutgers werkte in deze vergadering zijn voorstel nader uit, en ziet hieruit bleek liet dat opbouwen niet even gemakkelijk is als afbreken, er kwamen bepalingen te voorschijn, die een storm van verontwaardiging onder alle wielrijders in den lande deed opgaan. Prof. Mr. d'Aulnis de Bourouill en Prof. Mr. van Hamel, schreven artikels in de groote pers, en de Kampioen streed wakker mede, want uit het brein des Ileeren Rutgers waren voortgekomen bepalingen, die rijksnuiumering eiscliten met nummers, die op 50 Meters afstand te lezen waren, en die een rijksstempeling (jaarlijks te herhalen) voorschreven. Enfin de bestrijding was gemakkelijk, want het voorstel pleitte tegen zich zelf, de lieeren zagen dat zelf in; een nieuw voorstel, waardoor liet oude verviel, werd ingediend, doch ook dit voorstel sprak weer van nummeren en merken. In Februari 1896 besloot de Tweede Kamer, rijwielen als 6lle grondslag aan te nemen en dezen grondslag bij afzonderlijke wet te regelen. De bepalingen van den Heer Rutgers c. s. waren dus van de baan.

Daarop is door Minister Sprenger van Fijk, een ontwerp ingediend, dat geen

Sluiten